zaterdag 29 januari 2011

James

Ik had de geur gevolgd die aan de boodschappentas hing toen ik eindelijk weer rechtovereind kon staan. Wat had dat een pijn gedaan zeg. Verschrikkelijk. Maar nu had ik het gevonden. Het oude victoriaanse huis. Het was erg groot. Hier woonde ze. Het was onmogelijk dat mijn neus me had verraden. Mijn instinct was misschien een beter woord ervoor. Ik klom in een boom en keek door een willekeurig raam op de bovenste verdieping. Ik zag een meisje op haar bed zitten terwijl ze erg enthousiast zat te bellen. Ik kon het vanaf hier horen, al was dat niet raar. Het was geen Engels. Dat was zeker. Ik kon het toch verstaan. Het was Frans. Ik was vroeger best veel in Frankrijk geweest. Maar wacht.. Was dat nou dat meisje wat ik vanmorgen in de bus had gezien? Ach, eigenlijk maakte het me ook niet uit. Ik sprong een tak lager. Ik keek nu uit op een trap. Ik bleef hier even zitten. Toen hoorde ik voetstappen die naar beneden liepen. Ik keek. En toen zag ik haar. Ik keek naar haar en zag dat ze naar buiten keek. En mij zag. Haar ogen werden groot en ze dook aan de kant. Ze rende naar beneden. Ik schudde mijn hoofd en grijnsde even. Dit ging zo makkelijk worden. Ze was gewoon bang voor me. Dit ging nog eens interessant worden. Ik was niet eens meer kwaad. Niet echt meer. Ik wilde dat ik naar binnen kon, maar ze zouden me nooit uitnodigen. En dan kon ik gewoon simpelweg niet naar binnen. Dat was een zeer vervelend vampieren dingetje. Werd je niet uitgenodigd, geen toegang. Jammer dan. Maar ik had er ook niets aan om hier te blijven zitten. Ik kon beter maar naar huis gaan en zien of daar nog wat te beleven viel. Misschien was Wiliam er wel. Dat zou kunnen, technisch gezien. Hij kwam de laatste tijd wel vaker langs. Ik was al een langere tijd vampier en kende dus alle.. Nou ja.. Trucjes. Wiliam was in vergelijking met mij echt nog een amateur. Ik sprong uit de boom en liep richting mijn auto. Het was een zwarte Jaguar. Auto's die er snel uitzagen en ook nog snel waren, daar hield ik van. Ik stapte in en reed snel naar het gebouw wat ik zo langzamerhand 'huis' noemde. Ik parkeerde. Stapte uit. Liep naar de deur. Deed de deur van het slot. En stapte naar binnen. Toen ik in de woonkamer kwam zag ik dat Wiliam al op de bank zat. 'Ook goedenavond.' zei ik terwijl ik mijn leren jas op de kapstok hing.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten