dinsdag 15 februari 2011

Colette

~Oké. Ik verwaarloos James.. Maar goed x3~

Toen we eindelijk thuis waren gekomen, ging ik meteen als een balletje op de bank zitten. 'Hoe was.. Oké. Laat ook maar.' zei Liv. Verstandige keuze. Ze maakte thee voor ons beiden, met de overgebleven cupcakes van gister. Het smaakte me niet. Het was stil in het huis. Volgens mij durfde Liv niets te zeggen. Ze was niet erg goed met moeilijke situaties, dat was me al eerder opgevallen. Na een hele lange tijd van stilte ging de deur opeens krakend open. Sharon's hoofd kwam opeens vragend de deur om. 'Oh, hallo.' zei Liv met een glimlach. Sharon glimlachte ook en kwam toen helemaal de kamer in. Ze had een joggingbroek aan en een trui en haar haren zaten in een simpele knot. Ik glimlachte even flauwtjes naar haar. Ze had vast door dat er iets mis was met me. Volgens mij was dat namelijk écht overduidelijk. Sharon kwam naast me op de bank zitten en Liv begon een koetjes en kalfjes verhaal met haar. Ze praatten met z'n tweeën en ik hield me op de achtergrond. Ik kon zien dat Sharon zich totaal niet op haar gemak voelde. Ik nam nog een slokje van mijn thee en zetten toen de mok aan de kant. Ik sloeg mijn armen om mijn knieën en leunde tegen de leuning van de bank. Sharon en Liv hadden het over een concert van een of andere band die ze beiden kenden. Daarna ging het gesprek al gauw over op 'de ideale appeltaart'. Normaal had ik hier best over mee willen praten. Maar vandaag was alles wat niet over dieptrieste dingen ging onzin. Ik wilde niet vrolijk met ze meedoen. Ik wilde verdrinken in mijn zelfmedelijden. Ik had het gevoel dat niemand me snapte. Ik stond op en liep zonder iets te zeggen door naar boven. Ik ging op bed liggen en pakte mijn iPod. Ik ging zo opgekruld liggen als maar mogelijk was en luisterde naar mijn favoriete muziek. Ik had mijn ogen dicht en voelde de tranen over mijn wangen stromen.

Wiliam

Het strand ligt er vredig bijj, en ook de zee kabbelt rustig. Het voelt vertrouwt aan. Ik zit ergens in een kleine rots met uitzicht op de zee en het strand. Ik voel me anders dan normaal. En het is zelfs zo erg dat ik het niet kan verwoorden. Ik stotter en kan de juiste woorden niet vinden, dit betekent niet veel goeds. Ik heb geen idee waar dit gevoel ineens vandaan komt. Maar één ding weet ik wel, hoe dichter ik bij Colette in de buurt kom, hoe heviger het gevoel is. Het voelt goed. Maar door het sterke gevoel kom ik nog minder goed uit mijn woorden. En dit moet ik niet hebben in haar buurt. Wat moet ze wel niet van me denken. Dan wordt het ineens; die ene stotteraar. Een bijnaam die ik het liefst niet wil dragen. Het voelt niet goed zo'n bijnaam. Ik wil hier nooit meer weg, ik wil niet naar huis. Het lege kale huis waar de witte muren kil op mij wachten. Laat James maar lekker met haar kletsen, als hij meer wil dan dat vind ik het ook best. Oké dat zeg ik nu wel zo, maar zo voel ik het niet. Tenminste nu eerst nog niet. Ik wil haar no matter what. Al moet ik er letterlijk voor vechten. Al moet ik mensen doden; zolang ik haar maar kan krijgen. Maar nu heb ik eerst dat vreemde gevoel. Dat gevoel laat me dingen doen die ik anders nooit zou doen. De zee neemt een ongerustheid over het gevoel ook niet weg. Ik wil niet dat het is wat ik denk dat het is. Hoe moet het als ik ze erachter komt dat ik een vampier ben. Dan komen de hogere machten mij opzoeken om mij te vermoorden om niet de rest van de vampiergemeenschap te verlinken. De mens is onze grootste bedreiging. Zonder de mens kunnen wij niet leven, en samen met de hogere machten kunnen de mensen ons vermoorden. En datgene waar iedereen wel laconiek over doet met de houten kruizen, en knoflook, dat is juist datgene waar wij vampiers niet over kunnen. Maar omdat iedereen dat weet, zal dat vaak ook het aller eerste zijn wat de mens probeert te doen om ons te bestrijden. Maar zover is het nog niet. Oh ja, ik zat te bedenken hoe het nou moest als Colette erachter komt dat ik niet ben wat zij denkt dat ik ben. Ik wordt er onzeker van. En doordat ik weer steeds meer onzeker wordt, wordt het gevoel ook steeds sterker. Dat gevoel. Ik weet geen andere goede benaming. Dat gevoel laat me dingen zeggen die ik juist niet wil zeggen en laat me de dingen die ik wil zeggen niet zeggen. Het gevoel zit me in de weg. Maar ik weet niet of het nou negatief is. Is dit gevoel verliefdheid? Ben ik nou echt verliefd? Nee, toch? Kan een vampier überhaupt verliefd worden?

maandag 14 februari 2011

Colette

Die avond was ik nogal verdwaasd. De hele avond. Ik verwonderde me er ontzettend over dat Chris gewoon dronken was geweest. Drónken. Chrís. Dit was echt niet normaal. Ik had de telefoon laten vallen en was door mijn benen gezakt. Ik was begonnen met huilen en Liv had me getroost. Ze had de hele avond bij me gezeten en we hadden samen tot na twaalven beneden gezeten, zonder iets te zeggen. Het was niet alleen het feit dat Chris was veranderd, of hoe ik het ook moest noemen. Het was het hele contact met thuis. Het huilen van Carice.. Chris' stem. Het was gewoon een kwelling voor me geweest. Ik was thuis langzaam maar zeker aan het loslaten, maar nu kwam het als een sloophamer terug. Toen het dertien minuten voor een was, ging ik naar boven. Ik liet me op mijn bed vallen, en huilde daar verder. Ik bleef huilen totdat het ochtend was en ik weer naar school moest. Mijn ogen waren rood en ik wist dat ik dat niet zou kunnen veranderen. Liv keek me even aan met een medelijdende blik en sloeg toen een arm om me heen. Ik drukte me even tegen haar aan. Ik wist dat ze me niet begreep. Niet echt tenminste. Ik begreep alleen mezelf. Niemand kon snappen hoe ik me nu voelde, ookal dachten ze zelf misschien dat ze dat wel deden. Ik at met moeite een broodje en Liv bood me aan om me naar school te brengen. Dat nam ik aan. Graag zelfs. Ik moest er niet aan denken om nu met al die zweterige mensen in een bus te zitten. We gingen naar school en ik bracht de rest van de dag in mijn eentje door. De zon scheen vandaag voor het eerst in tijden en ik ging buiten zitten, op het gras onder een boom. Toch nog in de schaduw. Toen kwam er een van de jongens van gister bij me zitten. De jongen met het zwarte haar en de blauwe ogen. James, heette hij. Het viel me op dat ze vandaag lichtblauw waren. Ik dacht toch echt dat ze gister nog donkerblauw waren geweest. Ik besteedde er niet veel aandacht aan. Hij zat bij me en zei niets. Ik vond het niet erg. Waarschijnlijk kon je nog steeds zien dat ik had gehuild. Ik vroeg me af waar Wiliam was. Waarom vroeg ik me dat eigenlijk af? Vond ik Wiliam aardiger dan James? Ik kende ze nog niet lang, ik kon ze nog niet echt aardig vinden. Maar ik vond James' aanwezigheid wel erg fijn. Ik zag er vast uit als een zombie. Dat wist ik wel zeker. Ik sleepte me op een of andere manier door de dag heen en ik was ontzettend blij toen ik Liv's oude blauwe pick-up truck weer zag staan toen de school was afgelopen. Ik kon weer naar huis, al twijfelde ik er nu meer dan ooit aan of ik het ooit thuis zou kunnen noemen.

Sharon

Ik voel me klote als ik weer thuis kom. Het is waarschijnlijk de nasleep van het flauwvallen en mijn avontuur in het ziekenhuis. Ik heb geen idee wat de gevolgen kunnen zijn en wat er uit het onderzoek kan komen, maar dat hoor ik ter zijner tijd wel. Mijn eerste zorg is opknappen zodat ik overmorgen hoop ik weer naar school kan. Morgen zal ik maar niet zeggen, want ik weet dat de deuropening dan door twee mensen versperd wordt. Maar zelf vind ik het ook niet erg. Het bed ligt echt heel fijn en ik val snel in slaap. Even later komt Colette bij mij op de kamer met wat thee en cakejes. Ik ontwaak langzaam uit mijn diepe slaap, maar als ik het lekkere eten zie ben ik gelijk goed wakker. Ik heb vandaag nog amper eten gehad, alleen bij het ontbijt heb ik een sneetje wit brood gehad en een kop thee. De rest van de dag zat ik in het ziekenhuis, en ten behoeve van het onderzoek was het beter dat ik niet ging eten. Anders konden ze niet alle onderzoeken bij mij uitvoeren en moest ik nog veel langer wachten. Ik ga op de rand van het bed zitten en klop naast me. Colette gaat ook zitten, en samen kletsen we nog lang. Het voelt goed om met Colette te praten. We kennen elkaar nog niet lang, maar er ligt geen drukkend iets tussen ons dat ons ervan weerhoudt niet met elkaar om te gaan. Heerlijk helder ben ik ook weer in het uitdrukken van dingen, maar ik weet gewoon even niets anders. Om half tien wordt ik toch echt wel weer heel moe en ik ga voorzichtig weer liggen. Als ik de verhalen van Colette van de volgende ochtend moet geloven lag ik binnen vijf minuten diep te slapen, en dan ook zodanig dat ik heel hard snurkte. Shit, denk ik bij mezelf. Nu weet ze iets van mij wat ik niet wil dat ze weet. Ik schaam mij zeer diep. Echt abnormaal hoeveel geluid ik 's nachts maak. Waarom dacht je dan ook dat ik amper jongens kan krijgen. Iedereen die dit van me weet, weet dat ze maar niet bij mij in de buurt moeten komen 's nachts, en wat is een relatie waard als je niet bijelkaar kunt zijn op alle momenten van de dag (en nacht). Ik dwaal af. Ik voel me nu weer even veel beter, maar ik weet dat ik nog niet helemaal ben. Als ik wakker ben, om negen uur, staat er al een ontbijtje naast mijn bed, met een briefje van Liv en Colette. Ze zorgen gelukkig goed voor mij. Liv is thuis aan het werken en Colette heeft het over dat ik ontzettend snurk (alsof ik dat nog niet wist). Ze zijn erg aardig voor me, en het voelt bijna alsof ik hier een veilige thuishaven heb. Beter, en veiliger als bij mij thuis. Maar ik moet niet zo denken, want mijn "ouders" hebben ook heel erg goed voor mij gezorgd.

donderdag 10 februari 2011

Colette

Ik had op de terugweg echt heel vaak aan Sharon gevraagd of het echt wel goed met haar ging. Ze had me steeds gezegd dat het prima met haar ging, maar toch was ik erg bezorgd. Eigenlijk vond ik het best eng. Ik kende Sharon nog helemaal niet lang, maar ik begon me al echt heel erg aan haar te hechten. Ik begon haar gewoon al als een vriendin te zien. Dat had ik normaal echt niet zo snel. Normaal maakte ik ook gewoon geen vrienden. Toen Sharon had gegaapt toen we thuis waren had Liv haar meteen naar boven gestuurd. Ze was ook erg moe, want ze ging meteen zonder te protesteren. Ik bleef beneden zitten, samen met Liv. We dronken samen thee en Liv had allemaal High Tea koekjes en taartjes gehaald die ochtend. Ook bracht ik nog een kop thee naar Sharon, samen met muffins en koekjes. Toen ik bij haar binnen kwam, sliep ze nog of deed ze alsof. Maar toen was ze kennelijk toch wakker en kletsten we nog even over school en over ons leven thuis. Ik zei nog steeds niets over Frankrijk. Waarom zei ik dat niet? Had ik trauma's aan Frankrijk? Misschien wel.. Maar toch wilde ik nog steeds terug. Of was dat niet waar? Wilde ik nog terug? Ik wist het niet precies. Ik heb nog een tijdje met Sharon zitten praten, totdat Liv me weer naar beneden riep. Daar ging ik op de bank zitten om mijn boek verder te lezen. The Vampire Diaries. Ik was al bezig met hoofdstuk zeven van boek drie toen de telefoon opeens ging. Ik keek naar Liv maar die stond al op en liep naar de oude telefoon. Het was bijna een antiek toestel. Hij was niet mobiel en had zelfs nog een draaiknop. Maar hij deed het en hij zag er cool uit, en daar ging het om. Liv nam op en ik zag dat ze verrast was door de persoon die belde. Ik keek naar haar en lette niet meer op mijn boek. 'Maar.. Ik snap het niet.. Waarom bel je dan? Colette? Ja, Colette is hier.' Ik weet niet waarom maar ik trilde ineens. Ik had mijn boek al weggelegd en bleef als versteend zitten. 'Oké.. Ik roep haar wel..' zei Liv en ze wenkte me. Ik stond nogal wankel op en liep naar de telefoon. Ik pakte hem over van Liv en keek haar even aan. Ze haalde haar schouders op. 'Hallo?' zei ik zachtjes. Ik hoorde opeens een meisje huilen aan de andere kant van de lijn. Ik herkende dit meisjesstemmetje. Heel erg goed zelfs. Er schoot een brok in mijn keel. 'Car?' zei ik zachtjes. 'Carice?' 'Co-Colette?' zei het meisje zwakjes. 'Wat is er?' zei ik. Ik wilde niet weten wat er was.. 'Ch-Chris is.. En mama is..' Ik leunde op het dressoir waar de telefoon op stond. 'Carice, vertel rustig wat er is gebeurd?' zei ik nogal serieus in het Frans. 'Chris is net we-weggelopen. E-En mama is er ook niet. En ik behen alleeheen.' huilde het meisje aan de andere kant van de lijn. Ik slikte even. Chris zou Carice nooit in de steek laten. Dat mama dat nou deed.. Oké. Dat kwam vaker voor na.. Nou ja. Na papa. Maar Chris.. Chris voelde zich altijd erg verantwoordelijk voor Carice. En dat hij nu zomaar weg was gelopen.. Het was raar.. Carice huilde nog steeds aan de andere kant van de lijn. Ik probeerde haar gerust te stellen, maar het werkte nou niet helemaal. Toen hoorde ik de deur open en dicht gaan aan de andere kant en een jongensstem iets zeggen. 'Car?' vroeg hij. Hij klonk niet als zichzelf. Hij klonk alsof hij iets gebruikt had. Iets had gedronken. Toen hoorde ik iets vallen. Het was waarschijnlijk de telefoon, want de klap was nogal hard. 'Chris?' zei ik nogal geschokt. 'Huh? Colette? Heb je Colette gebeld? Waarom dan? Huh?' hoorde ik Chris wat lacherig zeggen. Carice huilde nog steeds op de achtergrond. Ik hoorde hoe de telefoon werd opgepakt en hoe er iemand nogal zwaar in ademde. 'Hé, Col. Is het leuk daar in Engeland?' zei hij met dubbele tong. 'Chris.. Heb je gedronken?' zei ik verbaasd. Chris dronk niet. Chris was verantwoordelijk. Dit was Chris niet. Na een tijdje adem te halen antwoorde hij. 'Maak je maar niet druk. Alles komt goed. Het is hier allemaal prima. Doeg.' Tuut tuut tuut.

dinsdag 8 februari 2011

Wiliam

Nadat we het ziekenhuis hebben verlaten, en Colette hebben achtergelaten bij haar tante en Sharon stap ik weer samen met James in zijn auto. Ik haal mijn neus op. Er hangt hier een vreemd en zeer herkenbaar luchtje. ‘Wat heb je gedaan in de tijd dat je weg liep en ik achter bleef bij Colette?’ ‘Ik heb even een kleine voorraad aangelegd, omdat jij vegetariër wilt worden weet je nog wel? Dit is voor jouw eigen bestwil dat ik even wat bloed heb meegenomen uit het ziekenhuis. Het is er toch in overvloed. Thuis begon mijn voorraad in de kelder op te raken.’ Ik voel me nog steeds niet goed bij het idee dat we vele liters bloed in onze auto hebben liggen, maar ik moet. Het is stom om nu uit te stappen dus laat ik me maar vervoeren. Aangekomen bij het huis zorg ik dat ik weg kom. Het voelt zo verkeerd. Hij doet het voor mij, en dat maakt het nog minder aangenaam. We zijn strafbaar. We hebben bloed gestolen van mensen die het heel hard nodig hebben. Veel harder dan dat wij het nodig hebben. Van mensen die op sterven liggen. Ik hoop bij mezelf dat James niet willekeurig bloed heeft uitgezocht, maar vooral oud bloed of bloed uit een veelvoorkomende bloedgroep. Ik durf het niet te vragen omdat ik bang ben dat hij ziet dat ik het er eigenlijk niet mee eens ben. En dan moet niet. James doet altijd al zoveel voor mij, hij is er voor mij als ik weer eens een moeilijkere periode heb. En dat gebeurt vaak. Ik zit er vaak wel vier tot vijf dagen per week doorheen zodat ik het even helemaal niet meer zie zitten. Het liefst zou ik dan gewoon vertrekken naar de wildernis. Ik heb een vriend, Dean, en hij woont ergens in een verlaten huisje aan de kust. Hij heeft daar een lege kamer staan en ik mag altijd bij hem komen logeren. Ik heb zelfs de sleutel van zijn huisje omdat ik daar de laatste tijd steeds regelmatiger kom. Ook nu is het weer zover. Ik moet weg uit deze wereld, uit dit dorp, uit deze omgeving. School regel ik later wel. Dat is nu even helemaal niet belangrijk. Mijn tas staat altijd klaar, niet dat ik veel mee hoef te nemen maar het is vooral om een illusie te wekken bij Dean. Hij weet het niet van mij, en ik wil het eerst ook zo houden. Ik kan me eerst nog goed inhouden, en ik neem wel enkele van de bloedtabletten mee die ik nog over heb. Nog geen half uur later stap ik in de trein richting de kust van Wales.

zondag 6 februari 2011

James

We liepen met z'n drieën de wachtkamer in. Ik liep achterop. Colette rende bijna en keek koortsachtig om zich heen. Toen ze Sharon zag zitten liep ze snel op haar af. Wiliam volgde haar. Ik twijfelde even. En ging er toen vandoor. Ik moest nog iets regelen hier, zoals ik al gezegd had. Ik vloog de hoek om en keek op de bordjes om te zien waar ik naartoe moest. Kinderafdeling. Nee. Oncologie. Nee. Intensive care. Nope. Waar was die vervloekte afdeling? Toen zag ik iets interessants. Ik was in een uithoek gekomen van het ziekenhuis waar geen kamers meer waren. Dit was vast waar ik moest zijn. Ik liep zo snel dat niemand me kon zien. Toen zag ik een deur waar in grote letters: Bloedbank op stond. Ik grijnsde. Toen zag ik dat de deur op slot zat. Je moest met een pasje de deur open doen. Ik hoopte dat ik nog genoeg kracht had om gedachten te kunnen beïnvloeden. Het was al een tijdje geleden dat ik had gegeten. Ik begon te zoeken naar iemand waarvan ik verwachtte dat diegene een sleutel had. Dat duurde niet lang. Het was een jonge arts, eind twintig gokte ik. Ik liep op haar af. Ze leek totaal verbaasd dat ik hier liep. Ik keek diep in haar ogen en begon met mijn hypnose. Ik zei haar dat ze me de sleutel moest geven, en natuurlijk deed ze dat. Toen vertelde ik haar dat ze moest vergeten wie ik was. Ze knikte dat ze het had begrepen en ik pakte de sleutel van haar over. Toen liep ik terug naar de deur en deed het pasje in de gleuf. De deur ging met een klik open en ik voelde een koude windvlaag. Ik rook het bloed eerder dan dat ik het zag. Het was een enorme koelkast met allemaal verschillende bakken waar zakken met bloed in zaten. Ze konden vast wel wat missen. De reden dat ik dit deed was dat ik wist dat Wiliam geen mensen meer wilde aanvallen. Hij had dit nodig. Op bloedtabletten kon je niet leven, tenminste niet voor lang. Ik liep de koelkast in en zocht wat goeds uit. Ik nam een bak mee en liep weer naar buiten. Ik sloot de deur en nam het kaartje mee. Die zou me vast nog wel eens van pas komen. Toen rende ik naar de auto en stopte de bak erin. Daarna liep ik weer nonchalant naar het ziekenhuis. In totaal had dit ongeveer vijf minuten geduurd. Wiliam keek me even vragend aan, maar ik schudde mijn hoofd. Vragen konden later. Ik zag hoe Colette een discussie had met een wat oudere dame over of ze wel of niet naar school moest. Colette won, zo te zien. Sharon probeerde ondertussen de hele tijd om niet mijn kant op te kijken. Niet veel later vertrokken we apart van elkaar. Wiliam stapte bij mij in de auto. Ik had geen zin meer om naar school te gaan en eigenlijk was het de moeite ook niet meer. We reden naar huis. Wiliam stelde een vraag over de geur die in de auto hing. Het was bloed. Ik vertelde hem wat ik had gedaan in het ziekenhuis en toen we thuis waren legde ik het bloed in een grote koelkast in de kelder. We hadden vooraad.

Sharon

De vrouwelijke conciërge rijdt me naar het ziekenhuis. Hij loopt de eerste hulp binnen en praat met de vrouw achter de balie. Ze wijst op de wachtkamer en ik laat me gewillig meevoeren naar een stoel. Dan vraagt de conciërge of ze iemand voor me kan bellen. Ik denk na, mijn ouders is geen goed idee, en ik zal Colette ook maar niet onnodig ongerust maken. Welk persoon blijft dan nog over die ik hier ken. Ik streep af. Alleen Liv blijft nog over. “Olivia”, zeg ik zachtjes. Ik haal ergens uit mijn tas een nummer tevoorschijn. De conciërge vraagt me hoe zij met me is verbonden, voordat ze het nummer draait. “Ik huur een kamer bij haar in huis. Voor de rest ken ik amper nog mensen hier.” De conciërge draait het nummer en begint te praten tegen degene aan de andere kant van de telefoon, Liv. Ondertussen wordt ik uit de wachtkamer geroepen. Ik kijk even naar de vrouw, maar deze wuift met haar hand. Ik zie dit als teken dat ik gewoon mee moet gaan. Nu zit ik hier helemaal alleen met de arts in een klein kamertje. Hij vraagt me allerlei dingen en ik vertel het verhaal wat ik eerder ook al eens verteld heb. Ik vul dit aan met het advies –eerder een bevel- van de huisarts om, als het steeds vaker gebeurt naar het ziekenhuis te gaan. De arts vraagt naar mijn vorige huisarts en ik geef hem zijn naam en plaats. Hij doorzoekt een computer en gaat dan bellen. Ik vermoed met die huisarts. Even later zet hij me weer in de wachtkamer en zegt hij dat ik door iemand anders weer word opgehaald. Terwijl ik weer zo zit te wachten komt ook Liv binnen. Ze loopt meteen op me af. “Wat is er gebeurd? En ik heb de conciërge gebeld om Colette te waarschuwen.” Ze gaat aan de andere kant van mij zitten, en zegt bot tegen de conciërge dat ze wel kan gaan. Als ik bloed heb geprikt en opnieuw in de wachtkamer zit komt ook Colette binnen samen met de twee jongens die ook in de bus waren, inclusief de engerd die ik niet mag. Gelukkig gaat Colette aan de andere kant van mij zitten. Ik zie Liv nog wat moeilijk kijken, maar uiteindelijk accepteert ze de aanwezigheid van de jongens. Op de uitslag moet ik eerst nog een week wachten. Zuchtend stap ik bij Liv in de auto. Ik heb geen zin meer om nu nog naar school te gaan.

zaterdag 5 februari 2011

Colette

Ik had zweethanden. Ik veegde ze af aan mijn regenboogkleurige rokje. Wat wilde de conciërge van me? Wiliam liep naast me. Ik vond het fijn dat hij met me meeging. Ik durfde echt niet alleen. Ik durfde vandaag helemaal niks. Ik was zenuwachtig. Waar zou het over gaan? Was er iets met mama gebeurd? Of met Carice of Chris? Ik zou niet nog zoiets aankunnen. Niet vandaag. Mijn zusje Carice was negen en Chris was maar een jaar jonger als dat ik was. Hij was vijftien. En een enorme relschopper, dat zeker. Of zou er wat bekend zijn over Sharon? Zouden ze haar naar de dokter hebben gebracht? Of misschien zelfs naar het ziekenhuis? Ik vond dit echt doodeng. Toen waren we er. Wiliam deed de deur van de conciërgerie voor me open en ik stapte aarzelend naar binnen. De conciërges zuchtten even. Ik heb geen idee waarom. Ik keek even achterom naar Wiliam. Hij glimlachte me bemoedigend toe. Ik knikte. En keek weer naar de conciërges. 'Colette Barton?' vroeg de dikke man nogal overbodig. 'Oui.. Ik bedoel.. Ja.' Als ik zenuwachtig was viel ik altijd weer terug in Frans. Ik wist gewoon dat ik er echt heel erg bleek en ongezond uitzag. 'We hebben je geroepen omdat je tante heeft gebeld. Over je vriendin Sharon.' Was Sharon al mijn vriendin? Eigenlijk heb ik gister pas voor het eerst met haar gesproken.. Ach. Wat maakte het ook uit. Ik knikte even. 'We moesten je vertellen dat je je geen zorgen over haar moest maken en dat je tante naar het ziekenhuis toe is. Ze is er misschien niet als je vanmiddag thuis komt.' Ze de wat oudere man. Het ziekenhuis? Ze was dus echt naar het ziekenhuis? Ik slikte en knikte weer even. Ik bleef staan als een plank. 'Je kunt weer naar je les.' voegde de dikke man een beetje geërgerd toe. 'Colette, kom mee.' zei Wiliam. Hij pakte me zachtjes bij mijn arm en nam me mee naar buiten. Toen ik naar rechts keek zag ik opeens de andere jongen om het muurtjes staan. Hij had autosleutels in zijn hand. 'James, wat doe jij hier?' zei Wiliam nogal verbaasd. Oké. Hij heette dus James. 'Ik dacht dat we naar het ziekenhuis toe gingen.' zei de jongen die James heette. Had hij gehoord wat we binnen gezegd hadden? Ach, dat zou dan wel. Eigenlijk wilde ik heel graag naar het ziekenhuis toe. Ik wilde weten hoe het met Sharon was. En of ik haar kon helpen. Wiliam ging er even tegenin. 'Maar we moeten naar de les..' zei hij protesterend. 'Wie kan die les nou wat schelen. Colette wil graag naar het ziekenhuis, ja toch?' zei James. Hoe wist hij mijn naam? Ach het kon me ook niet schelen. Ik knikte eventjes. 'Ja. Maar wil je me daar echt naartoe brengen?' zei ik toen. 'Ja natuurlijk. Ik moet zelf toch nog wat regelen in het ziekenhuis. Kom maar mee.' zei hij en hij stak zijn arm naar me uit. Ik aarzelde niet en volgde hem. Ik keek even achterom naar Wiliam. Ik zag dat hij aarzelde maar toen hij merkte dat James anders met mij alleen zou gaan stond hij wel erg snel naast me. We liepen met z'n drieën de parkeerplaats op. Hoe had hij die auto hier gekregen? Hij was toch met de bus? Oké. Ook dat kon me niet zoveel schelen. We stapten in de auto. Ik stapte achterin en Wiliam voorin. James begon te rijden. 'Bedankt nog, van vanmorgen.' zei ik. 'Geen probleem.' zeiden de twee jongens voorin tegelijk.

Wiliam

Het eerste uur en het tweede uur had ik de vakken engels en natuurkunde samen met James. Ik merkte aan hem dat hij niet lekker in zijn vel zit vandaag, maar ik vraag het hem vannacht wel. Na de pauze heb ik biologie. Ik weet dat James dat vak niet heeft en ik bereid mij voor op een les alleen zitten. Maar, als ik de klas binnenstap zie ik haar zitten. Het meisje van de bus, het meisje dat ik vanochtend heb getroost, en heb afgeleverd bij haar klas. Ze weet mijn naam nog niet eens, en ik weet de hare ook nog niet. Ik sjok richting haar tafel. ‘Is die plek naast jou nog vrij?’ vraag ik op een vriendelijke toon. Ze knikt, en zucht tegelijkertijd. Wil ze niet dat ik naast haar ga zitten? Of was die zucht ergens anders om. Soms zou ik echt willen dat ik gedachten kon lezen, dan was het meeste veel gemakkelijker geweest in het leven. We raken aan de praat, en ik voel dat ze zich een beetje ongemakkelijk voelt. Het liefst leg ik een hand op haar schouder om haar gerust te stellen, maar ik ben bang dat ze daar alleen maar meer van in de war raakt. Colette, de naam echoot door mijn hoofd. Ik krijg het er niet meer uit. Haar naam, haar manier van praten alles is zo mooi aan haar. Het liefst zou ik haar vanmiddag gelijk meenemen naar allerlei dingen. Ik wil haar veroveren, maar tegelijkertijd roep ik mezelf tot bedaren. Nee, ik moet niet dingen overhaasten. Dat is niet goed. Dat schrikt af, en dan wil ze misschien niets meer van mij weten. Ik moet voorzichtig zijn met wat ik doe. Maar één ding weet ik wel zeker, ik ga James hier eerst niet over vertellen. Dit zijn zaken die hem niet aangaan. Ik wil niet dat hij alles over mij weet, en tegelijkertijd ben ik erg bang dat hij van alles gaat proberen om het proces te versnellen terwijl ik dat niet wil. Dat kan alleen maar tegen mij gaan werken. Ik ga rustig aan doen. En het maakt mij helemaal niets dat we morgen of pas over een half jaar iets krijgen. Ik moet haar niet onder druk zetten. Ik weet van menig andere vrouwen dat ze dan afknappen op diegene die hen onder druk heeft gezet. En dat moet ik niet hebben. Ineens gaat de omroepstem aan. ‘Wil Colette Bardon zich melden bij de conciërge? Ik herhaal: wil Colette Bardon zich melden bij de conciërge?’ Ik kijk opzij. En zie hoe haar gezicht verbaasd, maar toch gespannen staat. ‘Zal ik met je mee gaan?’ Ze denkt na. Zo lijkt het tenminste. Dan knikt ze zachtjes. Ik help haar met het inpakken van haar tas. En we lopen dan samen het lokaal uit. Ik knikte nog even met mijn hoofd naar de lerares die met haar mond vol tanden staat. Als ik achter Colette aan loop de conciërgerie binnen zuchten beide conciërges ergerlijk. Ik leg ze met een blik het zwijgen op. Ik blijf bij de deur staan en kijk toe.

vrijdag 4 februari 2011

Colette

Ik zat bij Biologie en ik maakte me ontzettend veel zorgen om Sharon. Ze had deze les met me, en ze was er nu nog steeds niet. En dit was al het derde uur. Toen kwam een van de jongens uit de bus binnen. Het was die ene met krulletjes. Hij glimlachte even naar me, en kwam toen naast me zitten. 'Hoe gaat het nu?' zei hij zachtjes. 'Beter.' zei ik bijna geluidloos. Ik was er verbaasd over dat hij knikte als teken dat hij me gehoord had. Het was echt erg zacht geweest. Kon hij liplezen? 'Hoe heet je?' vroeg hij toen. 'Colette. Colette Barton.' Hij knikte even. 'Hm.. Colette Barton. Klinkt niet erg Engels.' zei hij toen. 'Ik ben hier pas sinds de zomervakantie. Daarvoor woonde ik in Frankrijk.' Oké.. Waarom flapte ik dat eruit. Eigenlijk wist zelfs Sharon dat nog niet. Ze wist eigenlijk niks over me. En nu zat ik gezellig met een wildvreemde over mezelf te praten. Hij knikte weer even. 'En jij? Hoe heet jij?' vroeg ik toen. 'Wiliam Ludlow.' stelde hij zichzelf met een glimlach voor. 'Dat klinkt wel Engels.' zei ik met een flauw glimlachje. Wiliam lachte even en glimlachte toen naar me. 'Ja, dat klopt. Geboren en getogen.' zei hij. Ik wist niets meer te zeggen. De les was nog steeds niet begonnen. De leraar zou wel laat zijn ofzo. 'James heeft je vriendin naar de conciërgerie gebracht en toen zijn we er vandaan gestuurd.' zei Wiliam. Ik knikte even. 'Heb je enig idee waarom ze flauw viel?' vroeg haar toe. Ik schudde mijn hoofd. Ik keek hem niet aan. 'Ik had het idee dat je niet alleen huilde om haar, klopt dat?' zei hij toen voorzichtig. Toen keek ik op, recht in zijn ogen. Ik wist niet wat ik moest denken. 'Misschien.' zei ik toen. 'Je hoeft het niet te zeggen hoor.' zei hij en toen ging de deur open en liep de leraar binnen. Het rare was.. Het was niet dat ik het hem niet wilde vertellen. Als mrs. Greenville niet binnen was gekomen dan had ik het ook gezegd. Ik had hem alles verteld. Maar waarom? Ik kende hem niet, maar waarom wilde ik hem alles over mezelf vertellen? Ik had al verteld dat ik uit Frankrijk kwam, terwijl nog niet veel mensen dat door hadden omdat ik niet bepaald een Frans accent had. Mijn naam zou ook gewoon Engels kunnen zijn, en ten derde interesseerden mensen zich er gewoon niet voor. Was dat het? Wilde ik het hem vertellen omdat hij erin geïnteresseerd was? Was dat een rare reden? Ik wist het niet. Maar ik wist wel dat ik Wiliam best leuk vond. Hij zag er heel erg lief en begrijpend uit. Als iemand die nog liever spijkers zou eten dan dat jou iets zou overkomen.

Sharon

Ik heb geen idee waarom het ineens duizelde. Ik heb het één keer eerder gehad, maar toen zei mijn toenmalige dokter dat, als het zich niet herhaalde het niet ernstig was. Dit is ook de reden waarom ik me er nooit meer druk over heb gemaakt, maar nu is weer zo’n moment dat ik flauw val. En vorige week had ik ook al zo’n moment. Ik weet van mezelf dat ik naar het ziekenhuis moet, maar alleen in een wildvreemde stad in een wildvreemd ziekenhuis liggen, zonder dat je ouders bij je op bezoek kunnen komen staat me niet aan. Ik kan weer helder denken, en ik voel de drang om mijn ogen open te doen en gewoon weer te gaan zitten, en net doen alsof er niets aan de hand is, maar er is wel degelijk iets aan de hand. Achter mij hoor ik Colette huilen. Ze is helemaal overstuur. Dan worden er zachtjes woorden gefluisterd bij mijn oor. Ineens begint de bus weer te rijden, ik had nooit gemerkt dat we stil stonden. Als ik een klein klapje op mijn wang krijg moet ik mijn ogen wel open doen. Daar zit hij naast me, over me heen gebogen. Ik schrik, en probeer mijn reacties in bedwang te houden. De rest van de busrit zeg ik niets, en ook op school houdt ik me stil. Ik wil niets van hem weten, hij is eng en heeft me bedreigd. Waarom zou ik hem nou weer dankbaar moeten zij dat hij mij en Colette geholpen heeft. Hij brengt mij naar de conciërgerie, maar in plaats van zelf naar zijn eigen les te gaan blijft hij bij mij zitten. Nee, dit wil ik niet! Hij probeert naar mijn naam te vissen, en naar de reden waarom ik flauw viel, maar ik wil niet tegen hem praten. Hij is het niet waard om tegen te praten. Vijf minuten later komt zijn vriend ook nog binnen. Eindelijk stuurt de conciërge hen weg. Dan zit ik alleen met hem in het hok. Ik kijk stilletjes voor me uit, en ik heb even geen idee wat ik moet zeggen of wat ik moet doen. Even later komt er ook een vrouw binnen, zij lijkt me aardig en is gelijk ook heel erg open naar mij toe. Ik voel mij op mijn gemak en vertel haar het verhaal. Ook dat ik het vroeger wel eens had gehad en dat ik, als het regelmatiger zou voorkomen naar het ziekenhuis moest gaan van de huisarts. Als ik dan ook nog zeg dat ik vorige week ook zo’n aanval had, pakt ze gelijk haar jas, sleutels en tas. Ze helpt mij om op te staan en te lopen. Ik voel me nog steeds erg zwakjes. “Moet ik iemand waarschuwen of moet er iemand mee, Sharon?” Ik kijk even op en denk na. Nee, ik denk niet dat Colette nu met mij mee wil. Ze moet zelf ook weer even op krachten komen. Ik schud mijn hoofd en ga dan zitten in de vrouw haar auto. Ik moet mezelf tegenhouden niet te gaan huilen.

James

Ik had mijn leren jack om het meisje heen geslagen omdat ze zo rilde. Hetzelfde meisje als gister. Wat een toeval. Toen Wiliam het blonde meisje, van de bus van gister -Ook weer toeval zeker?-, naar haar lokaal bracht, ging ik met het andere meisje naar de conciërgerie. Zou ze me herkennen? Ik hoopte alsjeblieft van niet. Al zou het niet erg zijn. Technisch gezien had ik me niet ernstig gedragen. Ik had haar helemaal geen pijn gedaan. Ik had haar alleen met een beetje dwang gevraagd waar de bushalte was. En zij had me een knietje gegeven. Oké. Wie zouden ze eerder geloven, mij of het onschuldige rillende bleke meisje? Ik kon me maar beter gedeist houden. Ze hadden haar op een stoel gezet in de conciërgerie en ik zat ernaast op mijn hurken. Ik keek naar haar, maar ze wilde me beslist niet aankijken. Hm. Viel te verwachten. 'Hoe heet je?' vroeg ik toen. Ze zei niets. Was ze in shock? Kon ze daarom niets zeggen? 'Meiske, wat is je naam?' vroeg toen een conciërge die er nogal lomp uitzag en een ontzettend boers accent had. Als ik zo naar hem keek leek hij op iemand die Wiliam een keer had beschreven en die hij Hook had genoemd, op school Captain Hook genoemd naar de kapitein van Peter Pan. Hij leek helemaal niet op een kapitein. Geen enkele vergelijking. Hij zag er wel uit alsof hij al zeven maanden niet gedoucht had. En zo rook hij ook. Gadverdamme. 'Sharon Scott.' zei het meisje toen zachtjes. Huh? Ze had niet op mij gereageerd, maar wel op zo'n ontzettende engerd. 'Sharon, weet je nog waarom je flauwviel?' vroeg ik toen poeslief. Weer zei ze niets. Ik begon me te ergeren. Waarom negeerde ze me? Ik had er een enorme hekel aan om genegeerd te worden. 'Nou, wat isser allemaal aan het handje.' zei Hook weer. 'Ik weet het niet.' zei ze weer zachtjes. Oké. Ze deed het dus echt om mij. Ze wilde echt niet naar me luisteren en mijn vragen beantwoorden. Ze was de eerste persoon die me ooit had genegeerd. Vanaf dat moment wist ik het zeker: Ik wilde haar. Al was het alleen maar omdat ik haar niet kon krijgen. Op dat moment kwam Wiliam binnen.

Wiliam

Ik ben gespannen voor de busrit naar school. Ik heb geen idee wat ik moet verwachten. Vooral omdat ik half vegetarisch probeer te worden. Ik heb al gedurende week geen mensenbloed meer gehad. En sinds vier dagen helemaal geen bloed gehad. Wat moet ik doen als ik straks helemaal los sla, en mensen begin aan te vallen omdat ik zo’n honger heb. Nee, honger is niet het goede woord. Want psychisch wil ik niet eten, of in mijn geval drinken, maar mijn lichaam snakt ernaar om bloed binnen te krijgen. James heeft mijn zorgen door en geeft mee een klop op mijn schouder. ‘Het gaat wel goed. En anders houd ik je wel tegen.’ Ik glimlach even, maar daarna wordt mijn gezicht weer neutraal. De bus is vroeg, en als de deuren open gaan ruik ik al de geur van zweet, adem, huid en bloed. Ik zoek een plekje op in het midden van de bus bij de tweede deur in de buurt. Zo kan ik altijd vluchten. Halverwege de rit voel ik dat de sfeer veranderd, en nog geen minuut daarna begint een meisje achterin de bus te roepen en te panikeren. Ik kijk eerst met een bezorgd gezicht James aan. Moet ik er naartoe gaan, en hen in gevaar brengen door erheen te gaan, of zal ik gewoon blijven zitten zoals eigenlijk iedereen doet. James geeft een kort knikje met zijn hoofd. Voor mij is dat een teken om uit de bank te stappen en naar achteren te lopen waar het probleem zich afspeelt, op de voet gevolgd door James. Ik heb eerst het meisje dat waarschijnlijk om voor mij nog onbekende redenen is flauwgevallen languit gelegd in het gangpad. Daarna ben ik naast het hysterische meisje gaan zitten. Ik heb een arm om haar heen geslagen en geruststellende woordjes gesust. Eindelijk kwam er voor in de bus ook actie. Een andere passagier heeft de buschauffeur tot stoppen gesmeekt en deze kwam gelijk hierna ook naar ons toe. Ik glimlachte even en knikte naar hem dat wij de zaak zo goed als onder controle hadden. Ik schoof samen met het meisje, twee plekken opzij zodat er ook nog ruimte was voor James en het andere meisje, en ook zaten we nu veel minder in het zicht. Eindelijk kalmeerde het meisje wat, maar ik liet haar niet los. Bang dat ze dan weer uiteen zou vallen in allerlei kleine stukjes. Ik ga door met het fluisteren van kalmerende woordjes. Eindelijk heb ik het gevoel dat ze nu echt binnendringen. Het voelt goed om haar vast te hebben. Ik weet niet wat het is, en eigenlijk ben ik bang voor dit gevoel. Ik ben bang dat het mis gaat, dat het uit gaat lopen op onmogelijke dingen. De bus stopt voor school. Ik loop met het meisje mee de bus uit, en het schoolplein over. Als ik haar naar het lokaal breng merk ik dat niemand op haar afspringt of op haar let. Als ik terug kom zie ik dat James nog met het andere meisje bij de conciërge zit. Zij is nu ook weer helemaal bij kennis, maar ze is zeker een paar minuten weggeweest. Ik stap ook de conciërgerie binnen. En ga erbij zitten. Ik wordt vreemd aangekeken door de conciërges, maar ze gaan niet tegen me in. Bang dat ze daarmee ook het tere meisje beschadigen.

donderdag 3 februari 2011

Colette

Ik had een tijdje voor me uitgestaard, door het raam. Maar toen ik weer naar Sharon keek kon ik zien dat er iets niet goed was. Ze zag er helemaal niet lekker uit. 'Sharon?' zei ik zacht. Ik pakte haar schouder vast, en op dat moment viel ze voorover. Ze was flauwgevallen. Ik raakte altijd in paniek als ik de verantwoordelijkheid kreeg over mensen die dingen hadden waarvan ik geen idee had hoe ik het op moest lossen. Ik had nooit een EHBO cursus gevolgd en ik wist ook helemaal niet hoe ik dit moest aanpakken. Koortsachtig probeerde ik Sharon weer overeind te krijgen, terwijl ik zeker wist dat dát eigenlijk niet de bedoeling zou moeten zijn. Ook was ik -al was ik daar niet zeker van- nogal hysterisch haar naam aan het roepen. Ik was echt heel slecht met zieke mensen, al was Sharon dan niet bepaald ziek. Het allerergste was nog dat iedereen in de bus naar ons keek. En deden ze wat? Nee. Ze zaten verstijfd te kijken hoe ik precies het tegenovergestelde aan het doen was van wat de bedoeling was. De bus schudde steeds heen en weer en ik raakte steeds meer in paniek. Ik begon zelfs te huilen. Toen kwam mijn reddende engel. Hij liep naar ons toe, eigenlijk moet ik zij zeggen want ze waren met z'n tweeën. De ene pakte mijn handen zachtjes vast en haalde ze van Sharon's schouders terwijl de ander haar optilde en haar in het gangpad van de bus legde, op de grond. Volgens mij had de buschauffeur eindelijk -God zij dank- doorgekregen dat er iets niet helemaal goed was want hij stopte de bus en begon naar achteren te lopen, naar ons. Ik huilde. Ik schudde er helemaal van. Waarom vergelijk ik het hiermee? Waarom vergeleek ik papa's.. Ik zag opeens alles weer voor me. Alles. het hele ongeluk speelde zich opnieuw af. Ik merkte hoe ik nog erger begon te huilen, tot op het punt dat ik wist dat ik niet meer kon stoppen. Ik voelde de stevige arm die zich om mijn schouders sloot niet eens. Ik hoorde de geruststellende woordjes niet. Ik zag niets meer in de bus. Ik zag alleen papa. En alleen het ongeluk. Ik was op dit moment hysterisch en ik wist niet wat ik eraan moest doen. Maar toen hoorde ik de stem in mijn oor wel. De sussende geluidjes. Ik voelde de arm om mijn schouder. Ik begon rustiger adem te halen, al stroomden de tranen nog wel over mijn wangen. Toen begon ik de contouren van de bus weer te zien. Van de mensen die me aanstaarden en vast dachten dat ik me enorm aan het aanstellen was. Ik zag weer scherper en zag Sharon op een stoel zitten met haar voeten in het gangpad. Ze had een glas water vast, waar ze dat vandaan had? Ik had ook geen idee. Een eindje van haar verwijderd stond een jongen met zwart haar en lichtblauwe ogen. Hij keek naar me. Ik keek naar hem. Het was de knappe jongen uit de bus van gister. Toen pas keek ik naast me. Naar de eigenaar van de arm, tenminste dat nam ik aan. Het is nogal logisch dat als er een arm om je heen is geslagen die meestal is van degene die naast je zit. Oké. Ik dwaalde weer eens af. Ik keek in zijn ogen. Ze waren een hele mooie zachte bruin kleur. Ze keken bezorgd naar me. Zijn mond bewoog en zij nog steeds sussende geluidjes. Hij had erg mooie donkerbruine krullen die perfect rond zijn gezicht vielen. Ik zag hem, en ik wist dat het de knapste man was die ik ooit had gezien.

Sharon

Mijn wekker gaat. Ik pak mijn mobiel en kijk hoe laat het is. Ik wordt half verblind door het felle licht van het beeldscherm. Haf zeven. Ik probeer na te denken waar ik ook alweer was beland. In een groot huis, met nog een meisje en haar tante wie ik Liv moest noemen. Ik zoek tussen de verhuisdozen, naar de doos met mijn kleding en trek er een spijkerbroek uit, met een simpel basic t-shirt. Vandaag doe ik niet moeilijk. Ik borstel mijn haar en kneed er wat mousse in. Dit was het dan voor vandaag qua aandachts besteding aan het uiterlijk. Ik loop naar beneden en zie dat Liv al aan een gedekte tafel zit te eten. Ik groet haar en ga zitten. Ik heb van gisteren al snel genoeg geleerd dat ik gewoon maar moet doen wat ik denk dat goed is. Al het gevraag werkt alleen maar op iedereen hun zenuwen. Als ik mijn tas heb ingepakt, mijn schoolboeken zijn de enige dingen die niet in dozen lagen opgeslagen, loop ik nog door de keuken om mijn broodbakje er ook in te doen. Dan stapt ook Colette met een slaperig hoofd de keuken in. Ze heeft felle kleding aan, maar bij haar figuur staat het echt leuk. Ik kijk op mijn horloge. Als ik nog vijf minuten wacht dan kan ik samen met Colette naar de bus, en dan weet ik tenminste zeker dat ze vandaag niet weer skipt. Niet dat het mij heel erg uitmaakt, maar het geeft mij een goed gevoel als ik weet dat ze het toch aandurft. Want ik weet zelf ook wel dat het niet alleen maar ziek was. Maar ik ben nog niet achter die andere reden. De vijf minuten worden er zeven, en we rennen samen, ik op mijn pumps, naar de bushalte. Als we daar aankomen komt de bus ook net aangereden. Hijgend ploffen we op de achterbank van de bus neer. Dan beginnen we te lachen. Als het iedere dag zo gaat, dan gaat mijn conditie als een pijl omhoog. Ik schop eerst mijn pumps uit en ga wat relaxeter zitten. Naast mij zit eerst toch nog niemand, en als het druk wordt ga ik wel weer normaal zitten. ‘Daar zitten we dan. In de bus naar school, op naar onze tweede schooldag.’ Colette zucht instemmend. Als er bij de volgende halte een groepje jongens instapt denk ik ineens aan het avontuur van gisteren. Het zal toch niet dat die enge jongen bij mij op school zit. Ik heb nu Colette bij me, hij kan me niets doen. Ik zit niet meer lekker en ga toch weer rechtop zitten. Alle beelden van gisteren spoken weer door mijn hoofd. Ik wil dit niet, ik moet hier weg, ik heb het gevoel dat ik claustrofobisch wordt. Alles om mij heen begint te draaien en het wordt helemaal zwart voor mijn ogen.

zondag 30 januari 2011

Colette

Ik had een aardige tijd met Sharon op de kamer gezeten. En na het huiswerk hadden we ook nog een aardige tijd gekletst. Ik had het idee dat ik hier vrienden aan het maken was, en aan de ene kant vond ik dat best beangstigend. Maar aan de andere kant vond ik het ook wel erg fijn. Ik vond Sharon echt wel erg gaaf. Ze was lief en wist erg veel van wiskunde en natuurkunde. Oké. Dat is normaal gesproken geen karaktereigenschap. Ik zou het niet erg vinden om met iemand als Sharon bevriend te raken, denk ik. Misschien moest ik me gewoon laten gaan en een vriendschap met haar opbouwen. Ach, ik zou wel zien. Het eten wat ze had gekookt was ook erg lekker geweest trouwens. Maar dat terzijde. Na het 'huiswerkfeestje' ging ik naar de keuken en maakte een glas warme melk voor mezelf. Dat deed ik elke avond al wist ik dat het niet bepaald goed was voor de slaperigheid ofzoiets. Toen deed ik er nog een schep honing in en ik dronk. Ik vond het heerlijk. Daarna spoelde ik de beker om en liep naar boven om me te gaan douchen en om me klaar te maken voor mijn bed. Toen ik klaar was zat ik op mijn bed en keek ik naar de spiegel die ertegenover hing. Mijn haar was nog steeds nat. Ik glimlachte even schaapachtig naar mezelf en keek daarna snel weer weg. Toen keek ik weer. 'Ik kan dit. Ik wil me niet afsluiten. Ik kan morgen naar school gaan.' zei ik zachtjes. Toen kroop ik onder de dekens en pakte mijn iPod met mijn Paramore muziek. Ik luisterde nog even en viel inslaap toen het liedje Misguided Ghosts begon.

Next Day
De volgende dag werd ik wakker toen er iemand op mijn deur klopte. Ik deed slaperig mijn ogen open en voelde dat er iets prikte in mijn oor. Mijn oordopjes. Ik had de hele nacht muziek 'geluisterd'. Shit. Nu was de batterij echt zeker leeg. Ik keek naar het gezicht in de deuropening. Liv. 'Goedemorgen zonnestraaltje. Je hebt nog een kwartier voordat de bus gaat.' Op de achtergrond zag ik Sharon voorbij lopen die eruitzag alsof ze al helemaal klaar was. 'Fuck.' vloekte ik en ik sprong uit bed om mijn kleding voor die dag uit te zoeken. Een kleurrijk rokje met een felle legging en laarzen. En daarbovenop een geel T-shirt met een smiley figuur ding erop. Ik twijfelde toen ik het aanhad. Viel het niet teveel op? Ik was net van plan om het weer uit te trekken toen ik Sharon's stem hoorde. 'Staat je leuk.' zei ze. Ik keek even achterom. Oke. Ik hield het wel aan. Ik glimlachte en stoof toen de badkamer in om mijn haar en make-up te doen. Toen sprintte ik naar beneden waar Liv al zo lief was geweest om mijn brood te smeren. Alsof ik een klein kind was. Ach whatever, vandaag was ik er blij mee. Ik at snel en zag dat ik geen tijd meer had om mijn tanden te poetsen. Gadver. Kauwgom pakken. Rennen. Vanmorgen ging Sharon met me mee. We sprintten naar de bus en zakten uiteindelijk uitgeput neer op de achterste bank. Toen schoten we in de lach.

Sharon

Ik zit op mijn kamer met het tweede deel van de boekenserie “Eragon”. Het begint net spannend te worden als mijn persoonlijke bel gaat. Ja, het is waar, ik heb een aparte huisdeur bij mijn kamer en daar hoort natuurlijk ook een bel bij. Zuchtend leg ik mijn boek neer. En sjok naar de deur. Wie zal het zijn? Ik verwacht niemand op dit tijdstip, en ik heb de algemene bel ook niet gehoord dus het is waarschijnlijk Colette of Olivia.  Ik doe open, en inderdaad staat daar Colette voor mijn deur. In haar handen had ze een stapel, gekafte boeken. Waarschijnlijk schoolboeken. Ik maak het bed snel even netjes en klop dan naast me. “Waarom kom je hier nu nog? Het is toch al best laat?” Ik keek Colette vragend aan. Het eerste wat ze vroeg is wat ik voor rooster heb, en voornamelijk welke vakken ik vandaag heb gehad. Ik graaf in mijn veel te grote schooltas op zoek naar mijn agenda. En daar tover ik uiteindelijk mijn rooster uit. Als ik deze naast die van Colette leg, zie ik dat ik best veel vakken met haar samen heb. “Kun jij me helpen met Natuurkunde en Wiskunde? Ik heb nooit veel van die vakken gesnapt en je weet dat ik vandaag niet lang op school was.” Ik zou gelijk mijn mond open trekken om te vragen waarom niet, maar ik bedenk me dat het misschien beter is dat ik eerst niet zoveel daarover zeg. Anders was ze er zelf wel over begonnen, en we zijn praktisch nog wildvreemden voor elkaar. Ik zoek zelf mijn boeken er ook bij en begin uit te leggen. Wat mij opvalt is dat Colette ijverig meeschrijft met alles wat ik zeg. Als ik tussendoor een grapje maak heeft ze bijna ook nog de intentie om dat op te schrijven maar dan stopt ze ineens en beseft ze dat ik een grapje maak. We lachen en ik zoek een cd op uit een van de verhuisdozen. Nee, het is nog steeds niet allemaal uitgepakt, maar het komt steeds meer. Ook de stof van Natuurkunde gaat snel. En nog geen half uur later liggen we samen op mijn kamer de rest van het huiswerk te maken. “Kom je morgen wel gewoon op school?” Vraag ik voorzichtig. Ik zie bij Colette langzaam een rode blos opkomen. Dit moest ik niet vragen denk ik bij mezelf. Stom stom stom! Maar tot mijn verbazing geeft ze antwoord. “Ja, dat is wel de bedoeling. Ik kon me vandaag gewoon niet zo goed concentreren en ik voelde me niet helemaal goed. Waarschijnlijk door de zenuwen.” Samen lachen we. “Dan verschuil je je morgen maar achter mij.” Ik had nooit gedacht dat ik deze opmerking zou maken. Vaak ben ik het meisje dat zich verschuilt, en dat ik nu de brede vrouw ben waarachter mensen zich verschuilen. Nee, het dringt nog niet zo goed tot mij door.

James

Ik keek naar Wiliam. Het zag er nou niet echt naar uit alsof hij aan het opletten was ofzo. 'Yo. Will.' ik stootte hem aan met mijn elleboog. Hij schrok een beetje op en keek me verdwaasd op. Ik trok één wenkbrauw op -Ik had er erg veel tijd in moeten steken om dat te oefenen, maar dat maakt niet uit als je technisch gezien onsterfelijk bent.- Ik schudde mijn hoofd even en stond toen op. Ik liep naar de drankkast en haalde er een fles rum uit. Ik bekeek het etiket even. Hm. Mijn favoriet. Ik nam hem mee met twee glazen en zette het op het tafeltje. Wiliam keek me even aan. Ik wist dat hij niet van drinken hield. 'Ik ga je nergens toe dwingen hoor.' zei ik, terwijl ik voor mezelf inschonk. Toen ik klaar was keek ik naar hem. Hij knikte even kort. Ik grijnsde en schonk toen ook het tweede glas vol. 'Dus. Wat is er aan de hand.' zei ik terwijl ik achteroverleunde in de bank met mijn glas rum. 'Niks..' mompelde Wiliam. 'Ach, kom op Will.' zei ik. 'Ik zie het aan je. Wat is er mis.' Wiliam zuchtte. 'Ik zou gewoon willen dat niet zo was. Al dit bedoel ik. Dit.. Gedoe.' 'Je zou willen dat je geen vampier was.' zei ik. Wiliam knikte. 'Hm. Dat hebben we allemaal wel eens. Zelfs ik heb dat gehad. Vroeger.' Eigenlijk kon ik me niet herinneren dat ik dat had gehad, maar dat zou ik niet zeggen. Dat werkte nou niet bepaald geruststellend. 'Maar je went er wel aan. Je kunt niet altijd je hoofd laten hangen en jezelf blijven verafschuwen. Zo duurt eeuwig erg lang, weet je. Je moet genieten van de tijd die je hebt.' Hoezo filosofisch. Ik zou echt eens een boek moeten schrijven. Wiliam knikte even. Ik nam een grote slok rum. 'Zeg, Will. Wat zou je ervan vinden als ik ook naar school kwam.' zei ik. Ik zag Wiliam even schrikken. 'Ho, rustig maar. Ik ga daar echt niet elk meisje leegzuigen hoor. Ik hou me echt wel in.' zei ik. Ik wilde gewoon naar school gaan omdat ik me nogal verveelde de laatste tijd, dat was alles. Wiliam knikte eventjes kort. 'Dat is mooi dan, want ik heb me al ingeschreven. Ik kan morgen beginnen.' zei ik met een grijns. 'Je wachtte dus helemaal niet op mijn toestemming?' maakte Wiliam daaruit op. 'Nee. Totaal niet. Zoals gewoonlijk.' zei ik grijnzend. Ik schonk mijn tweede glas in. Wiliam nam net de eerste slok van zijn rum. Die jongen zou echt sneller moeten leren drinken. Hoe zouden we die fles anders leeg moeten krijgen.

Wiliam

Ik heb mezelf binnengelaten. De deur zat op slot, maar achter het huis stond nog een raam open op de bovenverdieping. Waarschijnlijk heeft James dat gedaan als test. Ik zie hem als mijn meester, al zal ik dat nooit tegen hem zeggen. Als dat tegen hem gezegd wordt, krijgt hij een te groot ego wat tegen hem kan gaan werken. En ik wil hem daarvoor behoeden. Eten of drinken heb ik niet nodig om van te leven. Ik krijg mijn voedingsstoffen uit wat anders. Vloeiend bloed. In de kasten van James zie ik enkele bloedtabletten, en ik besluit om deze maar op te lossen. Ik houdt mezelf liever voor de gek dan dat ik weer op jacht moet. Ik moet toch maar eens gaan vragen waar hij deze tabletten vandaan heeft. Ik heb ook zulke tabletten nodig. Dan zal een schooldag minder vermoeiend zijn. Of de busreis in een overvolle bus vol warme zwetende mensen die net gesport hebben en waarvan het bloed nog sneller stroomt. Ik zou voor een langere tijd kunnen leven zonder bloed, maar dan moet ik mijzelf in gevaar brengen. Ik plof neer op de bank bij James en staar voor mij uit, uit het raam. Een paar tellen later komt James binnen. Hij kijkt mij uitdagend aan. Ik begroet hem lachend. Nog geen seconde later zit hij naast mij op de bank. Één van de voordelen van vampier zijn. Je bent echt megasnel. Een mens kan je niet zien als je op volle snelheid loopt. En het is zelfs zo dat je amper wind achter je aan hebt als je full-speed loopt. Een normaal mens zal je dan ook niet eens voelen. Allemaal voordelen aan het vampier zijn. Ik vraag James naar zijn dag, maar vooral naar zijn plek vandaag. Ik weet dat hij vaak op een publieke plek verstopt zit om veel vlees te keuren en zijn avondmaal uit te zoeken. Als hij antwoordt dat hij bij de supermarkt was schrik ik daarvan. Ik hoop diep van binnen dat hij niet op zat te letten toen dat mooie meisje naar buiten kwam, maar mijn hoop is tevergeefs. James begint te vertellen over zijn avontuur van vandaag. In haar ogen is te lezen dat ze me niet vertrouwd. En het lijkt er zelfs op dat ze mij niet eens aan ziet als een volwaardig mens maar een dier. “Dat ben je toch ook?” grap ik. Samen lachen we om deze grap, maar bij mij doet het diep van binnen nog steeds pijn. Al hoewel ik al vanaf mijn eerste levensjaar een vampier ben, voel ik me nog steeds niet zo. Ik heb dingen meegemaakt toen ik nog een mens was. En deze gedachten zijn nu sterker geworden omdat ik een vampier ben geworden. Nee, ik moet het anders zeggen. Ze hebben van mij een vampier gemaakt. Ze hebben van mij een monster gemaakt dat anderen moet doden. Een monster dat geen grenzen kent. Een monster dat ik niet wil zijn. Ik wil het liefst een gewoon mensenleven met de dood die daarop volgt. Het gevoel dat ik nu voor eeuwig leef kan ik me niet voorstellen. Ik zie iedereen oud worden en zelf blijf ik steeds jong. Ik heb mijn hoogtepunt bereikt. Veel ouder zal ik niet worden. De gedachten spoken door mijn hoofd, en maken dat ik niets meer hoor van datgene wat James allemaal tegen mij zegt.

zaterdag 29 januari 2011

James

Ik had de geur gevolgd die aan de boodschappentas hing toen ik eindelijk weer rechtovereind kon staan. Wat had dat een pijn gedaan zeg. Verschrikkelijk. Maar nu had ik het gevonden. Het oude victoriaanse huis. Het was erg groot. Hier woonde ze. Het was onmogelijk dat mijn neus me had verraden. Mijn instinct was misschien een beter woord ervoor. Ik klom in een boom en keek door een willekeurig raam op de bovenste verdieping. Ik zag een meisje op haar bed zitten terwijl ze erg enthousiast zat te bellen. Ik kon het vanaf hier horen, al was dat niet raar. Het was geen Engels. Dat was zeker. Ik kon het toch verstaan. Het was Frans. Ik was vroeger best veel in Frankrijk geweest. Maar wacht.. Was dat nou dat meisje wat ik vanmorgen in de bus had gezien? Ach, eigenlijk maakte het me ook niet uit. Ik sprong een tak lager. Ik keek nu uit op een trap. Ik bleef hier even zitten. Toen hoorde ik voetstappen die naar beneden liepen. Ik keek. En toen zag ik haar. Ik keek naar haar en zag dat ze naar buiten keek. En mij zag. Haar ogen werden groot en ze dook aan de kant. Ze rende naar beneden. Ik schudde mijn hoofd en grijnsde even. Dit ging zo makkelijk worden. Ze was gewoon bang voor me. Dit ging nog eens interessant worden. Ik was niet eens meer kwaad. Niet echt meer. Ik wilde dat ik naar binnen kon, maar ze zouden me nooit uitnodigen. En dan kon ik gewoon simpelweg niet naar binnen. Dat was een zeer vervelend vampieren dingetje. Werd je niet uitgenodigd, geen toegang. Jammer dan. Maar ik had er ook niets aan om hier te blijven zitten. Ik kon beter maar naar huis gaan en zien of daar nog wat te beleven viel. Misschien was Wiliam er wel. Dat zou kunnen, technisch gezien. Hij kwam de laatste tijd wel vaker langs. Ik was al een langere tijd vampier en kende dus alle.. Nou ja.. Trucjes. Wiliam was in vergelijking met mij echt nog een amateur. Ik sprong uit de boom en liep richting mijn auto. Het was een zwarte Jaguar. Auto's die er snel uitzagen en ook nog snel waren, daar hield ik van. Ik stapte in en reed snel naar het gebouw wat ik zo langzamerhand 'huis' noemde. Ik parkeerde. Stapte uit. Liep naar de deur. Deed de deur van het slot. En stapte naar binnen. Toen ik in de woonkamer kwam zag ik dat Wiliam al op de bank zat. 'Ook goedenavond.' zei ik terwijl ik mijn leren jas op de kapstok hing.

Sharon

Ik ren, ren tot ik niet meer kan. Ik vlieg hoeken om en stegen door. Het liefst door de meest verlichte straten zodat hij mij niet achterna durft te komen. In mijn haast heb ik de boodschappentas laten vallen, maar ik durf niet meer terug. Ik ben bang dat hij dan weer komt opdagen, dat hij nu meer met mij doet dan dat ik wil. Op mijn vluchtroute kom ik langs een slagerswinkel. Ik loop naar binnen en koop nog snel wat vlees om toch met iets thuis te komen. Als ik daarna ook nog langs een groenteboer kom vult mijn hart zich met opluchting. Dit blijft tussen ons.Tussen de engerd en mij. Olivia en Colette hoeven hier niets van te merken. Er is gewoon niets aan de hand. Ik haal diep adem en stap dan weer naar buiten. Ineens realiseer ik mij dat ik een klein beetje verdwaald ben. Ik heb geen idee waar ik allemaal langs ben gerend op mijn vluchtroute. Ik draai me weer om en loop opnieuw de winkel van de groenteboer binnen. Hij begint te lachen als ik het vraag. Mijn kop is rood als een boei. ‘Aan het eind van deze straat links. En dan zie je het wel.’ Ik bedank de man hartelijk en loop dan snel terug naar huis. Eenmaal binnen durf ik weer te ademen. De drukkende sfeer heeft geen invloed meer op mij. Ik ben weer “thuis” Ik ben weer veilig. Ik leg het eten in de koelkast en start eerst mijn computer op. Het duurt vaak wel even voordat deze helemaal gebruiksklaar is dus ik kan ondertussen mooi het eten klaar maken. Het is simpel, maar ik had geen andere keuze. Ik hoop niet dat die engerd straks de boodschappen komt brengen, dan zorg ik wel dat ik niet degene ben die aan de deur komt. Ik ga mezelf niet nog eens aan hem tonen. Als het eten goed en wel opstaat en alleen nog moet garen start ik internet op en begin met een nieuw bericht naar Paul.

Dear Paul,
Ik weet niet meer of ik het hier leuk vind. Mijn ervaring van zonet geeft stof tot nadenken. Ik had beloofd te koken aan mijn huisgenoten en ik ging dus boodschappen doen in de plaatselijke supermarkt. Stel je niet teveel voor bij zo’n dergelijke supermarkt het is klein, maar alles in de vorm van eten kun je er krijgen. Toen ik de supermarkt uitliep was ik eerst alleen in de straat. Ongeveer 200 meter daarna liep er ineens een jongen achter mij die mij aantikte en vroeg of ik mee kon lopen naar de dichtstbijzijnde bushalte omdat hij verdwaalt was. Ik schrok me kapot. Hij was gewoon zo perfect! Ik wist, en weet nu nog steeds niet wat ik ermee aan moet. Help!
Dikke kus!

Ik druk op verzenden en lees dan nog de overige berichten op het forum. Het zijn veel onbelangrijke dingen met voornamelijk spelletjes, iets wat me nu even niet boeit. In de chatbox is ook niemand online dus ik besluit maar gewoon voor de computer weg te gaan. En het eten verder klaar te maken. Ik loop langs het raam op de trap en ineens zie ik hem staan. De adem stokt in mijn keel en ik duik weg en maak dat ik weg kom. Naar de keuken waar ik, hoop ik veilig ben voor zijn verschijning.

vrijdag 28 januari 2011

Colette

Na een gesprekje met Liv was ik naar boven gegaan. Ik zou nog kijken of ik huiswerk had, had ik gezegd. Ik wist eigenlijk niet wat mijn huiswerk was. Ik was immers niet op school geweest. Maar goed. Ik startte mijn laptop op en pakte hem op en zette hem op mijn bed neer. Ik ging er in kleermakerszit voor zitten. Ik wachtte nogal ongeduldig, al wist ik niet echt waarom. Toen de computer eindelijk was opgestart -hij was oud, maar toch hield ik heel veel van hem. We hadden samen veel meegemaakt- opende ik mijn mailbox. Drie postvak ik. Ik zag het mailtje meteen, maar wist dat als ik het als eerst zou lezen het totaal mis zou gaan. Dan zou ik de rest niet meer kunnen lezen. Ik opende dus eerst de twee andere mailtjes. De eerste was een nieuwsbrief van mijn favoriete kleding winkel van thuis. Ik las het door en slaakte verschillende zuchten bij het zien van de te coole kledingstukken. Ik wilde ze in het echt zien. Ik wilde ze aanraken. Aaaaaargh. Het tweede mailtje was van een of ander iemand die een virus had en die wel vaker mailtjes stuurde. Ik blokkeerde het persoon en zette het in mijn ongewenst lijst. Toen klikte ik verwachtingsvol op het derde mailtje. Ik las het vol spanning.

Ma chere Col*


Ik mis je. Oké. Dat moest er sowieso even uit.
Maar over je mailtje. Is het echt zo erg? En waarom dan? Zijn er geen aardige mensen op je nieuwe school? Is het gewoon een irritant stinkend rothok? -Oké. Dat zijn alle scholen, maar goed.- En is dat het niet het geval, wat is er dan aan de hand?
Bij ons op school is het ook niet super. Maar.. Ach.. Ik moet je iets vertellen. Je weet nog wel dat ik die jongen leuk vond, toch? Francis. Weet je het nog? Ach ja. Nou.. We waren gister dus op een feestje en.. Nou. Hij vind mij ook leuk-

Verder hoefde ik niet te lezen. Ik greep mijn mobiel van mijn nachtkastje en typte het nummer in dat ik uit mijn hoofd kende. Toen de mobiel twee keer over was gegaan werd er opgenomen door iemand die keihard 'COOOOOOL' in mijn oor schreeuwde. 'MEEEEEEEEEEEEEEEEEEEER' schreeuwde ik zomogelijk nog harder terug. Toen begonnen we opeens kris kras Frans tegen elkaar te praten. We kletsen over Francis en over hoe het ging en we waren zo enthousiast dat we zo een halfuur verder waren.

*Dit is al vaag Frans dus ik zal de rest maar niet in het Frans gaan doen geloof ik.. Al vind ik dat best cool

William Ludlow

School boeit mij niet. Ik heb het daar wel gezien. Iedere dag opnieuw wordt je weer in een muf lokaal gepropt, en iedere dag opnieuw vuren ze allemaal informatie op je af. Voor mij is het allemaal nutteloze informatie. Ik weet alles al, er zijn zeer weinig verschillen in de leerstof als je het vergelijkt met tien jaar geleden. Je zou zeggen dat onderwijs met de tijd mee gaat, maar misschien worden alleen de lokalen op gevrolijkt, al zijn ze nog steeds niet om uit te staan, en wordt alles gedigitaliseerd. De wetenschap kan wel stoppen met experimenten doen want het onderwijs neemt het toch nooit mee.
Ik zit achter de kassa in de supermarkt in het dorp. Altijd komen dezelfde mensen voorbij, en vaak zijn het oudere mensen die dagelijks boodschappen doen. Ik ben blij dat zondag een algemene vrije dag is. Voor mij betekent dat een dag zonder oude beschimmelde mensen. Vandaag was er nog iemand anders. Iemand die ik nog niet eerder heb gezien, alhoewel, volgens mij heb ik haar in de gangen op school zien lopen. Ze is jong, en heeft rood krullend haar. Haar ogen zijn groen en stralen in het licht van de zon. Ze is mooi, bijna te mooi om een normaal mens te zijn. Maar er was nog iemand op school die ik niet kende. Zij heeft in tegenstelling tot “het winkelmeisje” steil blond lang haar. Een blik in haar ogen zei genoeg. Mijn groeiende honger was gelijk gestilt met iets wat veel beter voelt dan de smaak van bloed. Haar ogen waren blauw als de lucht. Ik vraag me af waar ze vandaan komt.
Vanavond ga ik naar James, ik zal hem eens vragen hoe hij erover denkt en wat hij vindt wat ik moet doen. Één ding is zeker, ik ga van haar geen maaltijd maken, ook al is het het hoofdgerecht. Ik raak haar met geen vinger aan op die manier.

dinsdag 25 januari 2011

James

Ik keek naar de sterren. Deed ik vaak. Als ik me verveelde. Of als ik aan het bedenken was wie mijn volgende prooi zou worden. Vanuit deze boom keek ik uit op een supermarkt. Het was een simpele supermarkt, veel kleiner dan de meesten in dit gebied. Er kwamen verschillende mensen uit de supermarkt. Ik hoefde niet naar beneden te kijken om te weten of het wel of niet iets waard was. Daar was ik op getraint. Ik kon alles horen. Het geluid van een lange lok haar dat achter een oor geschoven wordt. Hakken die zachtjes op de klinkers tikken. Het giecheltje, als de meisjes nog in de winkel zijn. Daaruit kon ik oordelen of het wel of niet de moeite waard was. Tot nu toe nog niet. Alleen maar oude dametjes die hun houdbaarheidsdatum allang voorbij waren. Of van die gasten die dachten dat ze pas stoer waren als ze knetterstoned waren. Zielig. Ik kon de wiet vanaf hier gewoon ruiken. Hé. Daar. Misschien.. Ik keek voor het eerst die avond weer eens naar beneden. Ik scande de winkel door, voorzover ik die kon zien. De kassa's. Ik kon alleen de helft van de kassa's zien. Er stonden geen interessante personen. Behalve dan.. Daar. Bij de een na laatste kassa. Roodbruin haar.. Krullen.. Een jaar of zestien.. En voor zover ik dat kan zien vanaf hier groene ogen. Precies wat ik zocht vanavond. Ik zou wachten totdat ze langs zou komen en dan: BAM. Geweldig. Dat meisje wat ik vanochtend in de bus had gezien, die was ook niet mis. Een heel ander type dan dat deze was. Deze zag er warmer uit. De ander wat killer, maar toch ook erg aantrekkelijk. Maar dit werd hem vanavond. Mijn toetje. Ze liep de winkel uit. Ik hoorde iedere stap. Ik rook haar haren toen er een windvlaag doorheen streek. Ik grijnsde. Mijn tanden blikkerden in het maanlicht. Ik had nu al trek. Ik likte mijn lippen. Ze liep nu onder de boom door. Ze was iets verder. Ik sprong uit de boom en landde geluidloos. Ik liep stilletjes achter haar aan. Ze liep gracieus. Het zou me niets verbazen als ze aan dansen deed ofzoiets. Ik grijnsde en zette toen mijn serieuze gezicht op. het gezicht waarvan ik wist dat meisjes het aantrekkelijk vonden. Toen versnelde ik iets en tikte ik op haar schouder. Ze draaide zich verdwaasd om. Ik zag de oh-jee-wat-is-die-gast-knap-blik verschijnen en glimlachte mijn glimlach. Ze keek me vragend aan. 'Ja?' zei ze. 'Nou, ik vroeg me af.. Ik ben nogal verdwaald. En ik weet niet of jij hier bekend bent. Maar zou je me kunnen helpen naar het dichtstbijzijnde bushalte?' vroeg ik. Natuurlijk was ik hier wél bekend. Ik wist alle plekjes te vinden. Maar goed. Bij de bushalte was het donker. Er kwam eigenlijk niemand. Tenminste niet bij de dichtsbijzijnde. Ik zag haar twijfelen. Maar ze schudde haar hoofd. 'Nee, sorry. Ik moet naar huis.' zei ze. En ze liep door. Mijn gezicht vertrok in een grimas maar ik probeerde het nog een keer. 'Alsjeblieft?' zei ik. Weer schudde ze haar hoofd. Toen ik haar schouder vastpakte gebeurde er iets wat ik niet had verwacht. Ze draaide zich om en gaf me een knietje. Toen rende ze weg. Ze liet de boodschappentas wel vallen. Ik sloeg dubbel van de pijn.

Sharon Scott

Ik plof naast Colette op de bank. Of “Col” hoe Liv haar noemt. Liv, ik vind het zo vreemd om Liv te zeggen tegen iemand die ik niet ken. Maar Olivia moet ook maar niet aan het zure gezicht te zien. ‘Zal ik koken vanavond?’ Ik kijk ze om de beurt aan. Colette knikt gelijk instemmend en Liv knikt daarna ook, maar nog steeds niet overtuigend. Ik sta op en pak mijn jas en portefeuille van mijn kamer. ‘Ik ga dan even boodschappen doen. En ik laat jullie wel even alleen.’ Nadat ik de deur achter me heb dichtgedaan haal ik diep adem. De sfeer die daarbinnen hangt die staat mij niet aan. Ik ben even vrij voor een kwartier. De supermarkt is niet ver van het huis en ik besluit dan ook de boodschappen lopend te doen. Dan kan ik de tijd misschien nog even rekken. Met een goed gevoel loop ik naar de supermarkt. Onderweg bedenk ik wat het zal worden. De zon schijnt en er zijn amper wolken in de lucht. Ik zie het allemaal als teken dat ik hier welkom ben. In de supermarkt heb ik zo alle ingrediënten bij elkaar gezocht. En ik heb ook wat kleine dingetjes voor mezelf meegenomen zoals frisdrank en koeken. Chips hoef ik niet, dat is mij te vet. Als ik bij de enige kassa aansluit in de rij zie ik hem zitten. Hij scant de producten in een zo vloeiende beweging dat het goddelijk lijkt. Ik zwijmel en heb het bijna niet door dat hij ook mijn producten al heeft gescant. ‘Dat is dan 15 pond.’ Ik schrik op. Zelfs zijn stem is zo goddelijk. Met een schok kom ik weer tot besef en haal een briefje van 20 pond uit mijn portemonnee. Bij het overgeven raak ik zijn hand per ongeluk aan. Mijn hand word helemaal warm en er gaat een schok door mijn lichaam. Ik ben nog net genoeg bij zinnen om het wisselgeld aan te pakken, deze keer zonder hem te raken, en met al mijn boodschappen de winkel uit te lopen. Als ik de hoek om ben, begin ik alles te beseffen. Is dit het gevoel van verliefd zijn?

Colette

'Hi Liv.' 'Hi Col.' Stilte. Ik ging op de tweepersoons bank bij de openhaard zitten en krulde me erin op. 'Hoe was je schooldag.' zei Liv die precies op dezelfde manier in haar stoel zat. 'Saai. Ergerlijk. Zeer ergelijk eigenlijk. Hele frustrerend. En zéér simpel. Het niveau is hier echt lager dan thuis. Ik bedoel ma-' 'Ho. Niks over thuis als het niet over dit huis gaat. Hier woon je nu. En dat is het.' Ik keek eventjes verbaasd naar Liv. 'Heeft mama gebeld?' vroeg ik toen droog. 'Hè? Was dat zo duidelijk dan?' zei Liv. Ze fronste haar wenkbrauwen. Ik grijnsde. 'Ja. Echt wel. Je doet alleen maar streng als mama heeft gebeld. Alsof je dan opeens de taak ziet om mij goed op te moeten voeden of zoiets.' Liv glimlachte. 'Misschien is dat ook wel zo.' Toen bleef het stil. Ik pakte een boek die naast de bank lag. Die bank was nu al, binnen een week, mijn vaste bank geworden. Ik vond hem gaaf. Ik zuchtte even. Ik had gelogen net. Ik had school niet afgemaakt vandaag. Ik was na het eerste lesuur vertrokken. Gespijbeld. Dat had ik thuis gewoon nog nooit gedaan. Correctie. Thuis in Frankrijk. Zucht. Ik hield het vandaag gewoon niet uit. Ten eerste had ik, sinds die jongen in de bus naar me had gekeken, steeds het gevoel gehad alsof ik bespied werd en alsof er steeds een paar ogen was dat me volgde. Het had me zo de kriebels gegeven dat ik er bijna paranoïde van was geworden. Het zou wel aan mij liggen. Dat deed het toch altijd. Ten tweede werd ik uiteindelijk toch een beetje gek van alle blikken die me de hele tijd achtervolgden, al had ik eerst toch echt beweerd dat ik het niet erg vond. Ik keek naar mijn maillot. Morgen misschien toch maar iets anders proberen. Ik was naar het park gelopen en had daar de hele ochtend en middag gezeten. Een beetje gekeken naar de verliefde stelletjes die heen en weer liepen om dan zoenend op een bankje te belanden. Ook liepen er ontzettend veel meisjes rond met een kinderwagen die er veel te jong uitzagen om met een kinderwagen te hoeven lopen. Tienermoeders.. Hm. Nog een bezoeker: Honden. Heel veel honden. Oké. Ik was misschien wat ironisch ingesteld. Misschien zelfs sarcastisch. Maar hoe negatief ik ook over het park doe, ik vind het er fantastisch. Ik zou het Liv niet zeggen . Daar zou ze alleen maar ongerust om worden. Toen ging de deur open en kwam er een meisje zachtjes naar binnen lopen. 'Hé, Sharon.' zei Liv vrolijk. 'Dag mevrouw Smith. Dag Colette.' zei ze. Ze glimlachte naar me. Ik glimlachte wat stijfjes terug. 'Sharon, hoe vaak heb ik nou al gezegd dat je me gewoon Liv moet noemen, of desnoods Olivia.' Liv trok er zo'n zuur gezicht bij dat Sharon en ik er allebei van in de lach schoten. Omdat Liv zo'n groot huis had verhuurde ze ook kamers. Er was op het moment een huurder. En dat was Sharon. Ze zat bij mij op school. In de zelfde klas zelfs, wat veel vakken betrof. Ik wist niet wat ik van haar moest vinden. Aan de ene kant vond ik haar heel aardig. Maar eigenlijk wilde ik geen vrienden maken hier. 'Het spijt me.. Uhm.. L-Liv..' zei Sharon. Je kon zien dat ze het echt raar vond om het te zeggen. Ik glimlachte. Ik was eraan gewend, maar het leek mij ook best eng om een wild vreemde gewoon zomaar 'Liv' te noemen. 'Wilde je wat vragen?' vroeg Liv haar. Sharon stond nog steeds vlak naast de deur, alsof ze eigenlijk het liefst weer naar boven zou rennen. 'Uhm.. Nee. Ik dacht, laat ik hier maar eens gaan zitten. Aangezien ik toch geen huiswerk heb enzo..' zei ze. 'Je kunt daar wel gaan zitten, naast Colette. Toch Col?' Liv keek me aan. Even een strenge blik. 'Oh, ja. Natuurlijk.' Ik haalde snel mijn voeten van de bank en legde het boek aan de kant. Sharon ging wat onzeker naast me zitten. Ik kon in haar ogen zien dat ze zich afvroeg waar ik vandaag geweest was. Ik hoopte dat ze aan mijn blik kon zien dat ik niet wilde dat ze ernaar vroeg.

Sharon

Ik gooi de tas in de hoek van de kamer. Heerlijk, even geen ouders en broertjes en zusjes om me heen. Dit zou vaker zo moeten zijn. Nee, ik mag niet zo denken. Over een week mis ik ze heel erg en dan wil ik waarschijnlijk niets liever dan terug naar huis. Maar die optie is nu eerst ver van mij verwijderd. Gelukkig heb ik mijn computer mee kunnen nemen, en ik hoop dat alle instellingen nog steeds gelijk zijn. Ik heb geen zin om eerst nog een half uur te moeten prutsen om de computer weer normaal op gang te krijgen. Als ik binnen twee minuten het bureaublad er al voor heb slaak ik een zucht van verlichting. Ik klik op de logo van het internet en bedenk alvast wat ik ongeveer zal schrijven op het forum. Maar vooral waar ik het zou moeten plaatsen. Mijn stukje wordt uiteindelijk geplaatst bij het kopje levensperikelen, wat ik er zelf wel bij vind passen. Dit staat erin:
De eerste dag dat ik alleen ben. Nou ja, alleen, ik zit hier met nog een meisje in dit huis; Colette. Ik heb nog niet goed met haar gesproken. Alleen op school hebben we een paar woorden uitgewisseld maar dat ging vooral over het huiswerk. Het is hier erg mooi, en vandaag schijnt zelfs de zon om ons te verwelkomen. Op school valt het hier ook best wel mee. Zoals jullie van mij gewent zijn heb ik me gewoon onzichtbaar gemaakt en wat om me heen gekeken. De jongeren zijn hier veel opener naar elkaar toe en ze kwamen ook een paar keer naar mij toe om dingen te vragen en mij erbij te betrekken. Colette was na de eerste les zomaar verdwenen dus ik was gedoemd om alleen de dag door te komen. Dat is voor mij ook geen ramp. Ik denk dat ik morgen op het groepje afstap die mij vandaag ook heel erg hebben betrokken. Het zal goed voor mij zijn om contacten te leggen en niet steeds in een hoekje weg te kruipen. Morgen zal ik meer schrijven over mijn nieuwe leven.
Ik druk op verzenden en open dan de chat. Paul is online en hij begint gelijk tegen mij te praten.
Paul: Hi
ShySha: Hi
Paul: En hoe bevalt het? Een beetje een leuke schooldag gehad op je nieuwe school?
ShySha: Ja, het is hier heel leuk. En ik voel me hier goed. En vooral voel ik me hier beter dan thuis waar ik toch alleen maar in de weg zit.
Paul: Zou je niet toch stiekem je ouders missen?
ShySha: Misschien, maar nu eerst nog niet. Ik ga eerst genieten, tobben kan de rest van mijn leven ook nog wel.
Paul: Wow! Jij wordt steeds positiever ga zo door!
ShySha: Het is maar een klein dingetje.
Paul: Sorry, ik moet gaan. Ik spreek je later!
ShySha: Doei!
Ik sluit de chat af en plof op mijn bed. Met muziek in mijn oren denk ik na over vandaag, en over hoe het morgen zal worden.

maandag 24 januari 2011

Colette

Dear Meredith.

School sucks.

Ik klikte op verzenden en wachtte totdat het mailtje weg was. Oké. Ik weet dat het te vroeg geoordeeld was. Ik was in totaal nog maar twee dagen naar school geweest en dan hoor je nog niet te oordelen of het wel of niet leuk is. Maar goed. Het maakte me ook niet uit. Ik keek even naar mijn maillot. Overal zaten gaten, en dan ook overal. Maar dat was wat ik leuk vond. So what? Oh jee. Ik begon al Engelse termen te gebruiken. Dit was wel echt erg. Ik zuchtte en pakte mijn halfversleten schooltas op en hees hem op mijn rug. Hij was versierd met allemaal verschillende strikjes en lintjes in felle kleuren. Ik had er al veel mensen met een rare blik naar zien kijken. Ik grijnsde. Het maakte me niks uit. De rest van mijn outfit: een fel zomers gekleurd jurkje die wijd uitviel. En een leren jack er bovenop. Als je de kledingstukken apart zag, zou je zeggen dat het gecombineerd echt verschrikkelijk zou zijn. Maar als combinatie was het zo verschillend dat het er best wel cool uitzag. Vond ik dan. De mensen die op mijn school zaten hadden er duidelijk een andere mening over. Maar ja, wat trok ik me nou aan van de andere mensen op mijn school? Ik was Colette Barton. Origineel, niet bang voor de meningen van anderen en iemand die eigenlijk graag in Frankrijk had willen zitten. Ik zou het er maar mee moeten doen. Ik liep de woonkamer in en zag tante Liv al zitten. Eigenlijk heette ze Olivia, maar ze had zo'n hekel aan die naam dat iedereen haar Liv moest noemen. 'Je komt nog te laat.' zei ze. 'Ik heb al toast voor je gemaakt. Ligt op het aanrecht.' 'Merci beaucoup.' zei ik met een glimlach. Liv glimlachte. 'Je houdt ook nooit op met je Frans.' zei ze. Ik grijnsde. 'Nooit.' Ik mocht Liv graag. En zij mocht mij, geloof ik. Ik pakte de toast en keek toen op de klok. De bus zou over vijf minuten vertrekken. Maar naar de bushalte lopen kostte me alleen al zes minuten. 'Ik ben weg!' zei ik snel terwijl ik nog wat boterhammen meegriste. 'Tot vanmiddag.' zei Liv die zwaaide. Liv was best jong. Ze was zeven jaar jonger dan mijn moeder en ze gedroeg zich ook jong. Niet dat ik daar problemen mee had. Ik vond haar cool. Ik haastte me naar de bus en kon nog net voordat deze weg zou rijden instappen. Ik ging op een lege plek bij het raam zitten. Vanaf daar had ik uitzicht op een jongen met halflang zwart haar wat hij -dat dacht ik tenminste- met opzet erg warrig had gemaakt. Ik kon er niks aan doen. Maar ik vond hem erg sexy. Hij zat met zijn rug tegen het raam aan en keek nogal verveeld voor zich uit. Toen merkte hij kennelijk dat ik naar hem keek en hij keek naar me. Hij glimlachte. Ik glimlachte terug. Het was echt een flirter, dat kon je zo zien.

Introductie: Sharon Scott en Wiliam Ludlow

Sharon Scott
Uiterlijk: Sharon heeft een redelijke lengte en heeft lang rood bruin krullend haar. Ze is goed gebouwd en accentueert haar vrouwelijke rondingen vaak met heupbroeken en nauw aansluitende T-shirts of blouses. Haar huid is een klein beetje gebruind nog van toen ze geen vampier was.
Familie: Sharon is geboren met haar gezin in een plaatsje vlakbij Leeds. Ze is de oudste van de zes kinderen en dit is vaak best wel vervelend. Haar ouders zien haar al heel vroeg aan als volwassene en laten haar aan haar lot over. Ze kan thuis blijven wonen en blijven eten, maar er wordt totaal geen aandacht aan haar besteedt. Alleen als er ineens een oppas nodig is voor haar jongste broertjes en zusje omdat haar andere broertje en zusje op stap gaan en ook haar ouders weg zijn, komt zij in beeld. Met haar jongste zusje kan ze goed overweg. Voor de rest zoekt ze haar toevlucht op een forum op internet waar ze wel serieus genomen wordt en waar ze kan zijn zoals ze zelf wil zijn.
Extra: Sharon is erg onzeker en loopt daardoor vaak maar wat achter de anderen aan. Wat zij doen zal wel goed zijn is haar instelling in de meeste activiteiten in het leven.Het opgroeien in een normale familie heeft er wel voor gezorgd dat zij een heel groot inzicht heeft in de mensenwereld.

Wiliam Ludlow
Uiterlijk: Wiliam is een man van middelmatige lengte. Hij heeft donkerbruine krullen en een goed gespierd lichaam. Hij is vaak onverschillig en zoekt daar ook zijn kleding naar uit. Een comfortabele spijkerbroek en een t-shirt is zijn standaard outfit en af en toe draagt hij een blouse. Dit draagt hij vaak alleen als hij indruk wil maken op vrouwen.
Familie: Wiliam is, toen hij 5 maanden oud was, te vondeling gelegd door zijn moeder. Een vampier familie heeft hem gevonden en hem verder opgevoed. Zij zijn ook de reden dat hij een vampier is. Van zijn biologische ouders weet niemand iets af. Het is wel duidelijk dat zij waarschijnlijk, toen hij geboren werd in Norwich omdat hij in het naburige dorpje: Arminghall gevonden werd.
Extra: Doordat Wiliam vanaf zijn bewust zijn al leefde binnen een vampierfamilie en zelf ook een vampier was, reageert hij op het instinct van een vampier en heeft hij ook vaak impulsieve acties. Zijn familie nam hem dit niet kwalijk en liet hem zijn gang gaan. Zodanig dat Wiliam het nu heel moeilijk vind om eerst na te denken voordat hij iets doet.

zaterdag 22 januari 2011

Introductie: Colette Barton en James Salvatore

Naam: Colette Barton
Uiterlijk: Colette is erg knap. Ze heeft lang blond haar en fel blauwe ogen. Ze heeft een lichte huid. Ze is nogal klein en best wel dun waardoor ze er nogal breekbaar uitziet, maar dat is ze helemaal niet. Ze draagt het liefst iets wat op een jurkje lijk, en daaronder draagt ze dan (gekleurde) leggings of skinny's.
Familie: Haar vader is pasgeleden overleden en omdat haar moeder het allemaal niet meer aankon heeft ze Colette naar haar zus, Collete's tante dus, in Engeland gestuurd. Ze heeft ook nog een zusje, Carice, en een broertje die Chris heet. Die zijn nog wel bij hun moeder gebleven. Vroeger woonde ze in Frankrijk maar ze spreekt vloeiend Engels omdat haar moeder oorspronkelijk uit Engeland komt.
Extra: Colette is best boos op haar moeder omdat ze haar naar haar tante heeft gestuurd, maar ze kan het wel erg goed met haar tante vinden. Ze kan wat bitchy overkomen, maar dit komt vooral omdat ze zelf heel erg onzeker is. Ze sluit zich ook erg af voor andere mensen en is in eerste instantie niet van plan om nieuwe vrienden te gaan maken. Ze schrijft wel brieven naar haar beste vriendin in Frankrijk: Meredith.

Naam: James Salvatore
Uiterlijk: James heeft zwart, halflang haar. Zijn ogen zijn lichtblauw maar als hij dorst heeft worden die donkerder. Hij is lang en heeft een lichte huid. Hij is (uiteraard) ontzettend knap.
Familie: Zijn hele familie is al overleden, wat ook niet zo raar is want hij is geboren in 1718. Hij had vroeger een oudere broer, Damian, een jongere broer, Laurens en een zusje, Sylvette. Hij zegt trouwens tegen niemand dat zijn familie overleden is.
Extra: James woont dus in een huis alleen. Dit huis is wel erg groot maar dat komt omdat hij ook extreem veel geld heeft. Zijn familie was al rijk en dit heeft hij ook geërfd. Ook heeft hij al extreem lang kunnen werken. James houdt best wel een beetje van dure kleding en dure zonnebrillen en daar heeft hij dus ook geld genoeg voor. Hij heeft er zo langzamerhand geen hekel meer aan om een vampier te zijn en is ook niet vegetarisch. James is een echte flirter.