dinsdag 15 februari 2011
Colette
Wiliam
maandag 14 februari 2011
Colette
Sharon
donderdag 10 februari 2011
Colette
dinsdag 8 februari 2011
Wiliam
Nadat we het ziekenhuis hebben verlaten, en Colette hebben achtergelaten bij haar tante en Sharon stap ik weer samen met James in zijn auto. Ik haal mijn neus op. Er hangt hier een vreemd en zeer herkenbaar luchtje. ‘Wat heb je gedaan in de tijd dat je weg liep en ik achter bleef bij Colette?’ ‘Ik heb even een kleine voorraad aangelegd, omdat jij vegetariër wilt worden weet je nog wel? Dit is voor jouw eigen bestwil dat ik even wat bloed heb meegenomen uit het ziekenhuis. Het is er toch in overvloed. Thuis begon mijn voorraad in de kelder op te raken.’ Ik voel me nog steeds niet goed bij het idee dat we vele liters bloed in onze auto hebben liggen, maar ik moet. Het is stom om nu uit te stappen dus laat ik me maar vervoeren. Aangekomen bij het huis zorg ik dat ik weg kom. Het voelt zo verkeerd. Hij doet het voor mij, en dat maakt het nog minder aangenaam. We zijn strafbaar. We hebben bloed gestolen van mensen die het heel hard nodig hebben. Veel harder dan dat wij het nodig hebben. Van mensen die op sterven liggen. Ik hoop bij mezelf dat James niet willekeurig bloed heeft uitgezocht, maar vooral oud bloed of bloed uit een veelvoorkomende bloedgroep. Ik durf het niet te vragen omdat ik bang ben dat hij ziet dat ik het er eigenlijk niet mee eens ben. En dan moet niet. James doet altijd al zoveel voor mij, hij is er voor mij als ik weer eens een moeilijkere periode heb. En dat gebeurt vaak. Ik zit er vaak wel vier tot vijf dagen per week doorheen zodat ik het even helemaal niet meer zie zitten. Het liefst zou ik dan gewoon vertrekken naar de wildernis. Ik heb een vriend, Dean, en hij woont ergens in een verlaten huisje aan de kust. Hij heeft daar een lege kamer staan en ik mag altijd bij hem komen logeren. Ik heb zelfs de sleutel van zijn huisje omdat ik daar de laatste tijd steeds regelmatiger kom. Ook nu is het weer zover. Ik moet weg uit deze wereld, uit dit dorp, uit deze omgeving. School regel ik later wel. Dat is nu even helemaal niet belangrijk. Mijn tas staat altijd klaar, niet dat ik veel mee hoef te nemen maar het is vooral om een illusie te wekken bij Dean. Hij weet het niet van mij, en ik wil het eerst ook zo houden. Ik kan me eerst nog goed inhouden, en ik neem wel enkele van de bloedtabletten mee die ik nog over heb. Nog geen half uur later stap ik in de trein richting de kust van Wales.
zondag 6 februari 2011
James
Sharon
De vrouwelijke conciërge rijdt me naar het ziekenhuis. Hij loopt de eerste hulp binnen en praat met de vrouw achter de balie. Ze wijst op de wachtkamer en ik laat me gewillig meevoeren naar een stoel. Dan vraagt de conciërge of ze iemand voor me kan bellen. Ik denk na, mijn ouders is geen goed idee, en ik zal Colette ook maar niet onnodig ongerust maken. Welk persoon blijft dan nog over die ik hier ken. Ik streep af. Alleen Liv blijft nog over. “Olivia”, zeg ik zachtjes. Ik haal ergens uit mijn tas een nummer tevoorschijn. De conciërge vraagt me hoe zij met me is verbonden, voordat ze het nummer draait. “Ik huur een kamer bij haar in huis. Voor de rest ken ik amper nog mensen hier.” De conciërge draait het nummer en begint te praten tegen degene aan de andere kant van de telefoon, Liv. Ondertussen wordt ik uit de wachtkamer geroepen. Ik kijk even naar de vrouw, maar deze wuift met haar hand. Ik zie dit als teken dat ik gewoon mee moet gaan. Nu zit ik hier helemaal alleen met de arts in een klein kamertje. Hij vraagt me allerlei dingen en ik vertel het verhaal wat ik eerder ook al eens verteld heb. Ik vul dit aan met het advies –eerder een bevel- van de huisarts om, als het steeds vaker gebeurt naar het ziekenhuis te gaan. De arts vraagt naar mijn vorige huisarts en ik geef hem zijn naam en plaats. Hij doorzoekt een computer en gaat dan bellen. Ik vermoed met die huisarts. Even later zet hij me weer in de wachtkamer en zegt hij dat ik door iemand anders weer word opgehaald. Terwijl ik weer zo zit te wachten komt ook Liv binnen. Ze loopt meteen op me af. “Wat is er gebeurd? En ik heb de conciërge gebeld om Colette te waarschuwen.” Ze gaat aan de andere kant van mij zitten, en zegt bot tegen de conciërge dat ze wel kan gaan. Als ik bloed heb geprikt en opnieuw in de wachtkamer zit komt ook Colette binnen samen met de twee jongens die ook in de bus waren, inclusief de engerd die ik niet mag. Gelukkig gaat Colette aan de andere kant van mij zitten. Ik zie Liv nog wat moeilijk kijken, maar uiteindelijk accepteert ze de aanwezigheid van de jongens. Op de uitslag moet ik eerst nog een week wachten. Zuchtend stap ik bij Liv in de auto. Ik heb geen zin meer om nu nog naar school te gaan.
zaterdag 5 februari 2011
Colette
Wiliam
Het eerste uur en het tweede uur had ik de vakken engels en natuurkunde samen met James. Ik merkte aan hem dat hij niet lekker in zijn vel zit vandaag, maar ik vraag het hem vannacht wel. Na de pauze heb ik biologie. Ik weet dat James dat vak niet heeft en ik bereid mij voor op een les alleen zitten. Maar, als ik de klas binnenstap zie ik haar zitten. Het meisje van de bus, het meisje dat ik vanochtend heb getroost, en heb afgeleverd bij haar klas. Ze weet mijn naam nog niet eens, en ik weet de hare ook nog niet. Ik sjok richting haar tafel. ‘Is die plek naast jou nog vrij?’ vraag ik op een vriendelijke toon. Ze knikt, en zucht tegelijkertijd. Wil ze niet dat ik naast haar ga zitten? Of was die zucht ergens anders om. Soms zou ik echt willen dat ik gedachten kon lezen, dan was het meeste veel gemakkelijker geweest in het leven. We raken aan de praat, en ik voel dat ze zich een beetje ongemakkelijk voelt. Het liefst leg ik een hand op haar schouder om haar gerust te stellen, maar ik ben bang dat ze daar alleen maar meer van in de war raakt. Colette, de naam echoot door mijn hoofd. Ik krijg het er niet meer uit. Haar naam, haar manier van praten alles is zo mooi aan haar. Het liefst zou ik haar vanmiddag gelijk meenemen naar allerlei dingen. Ik wil haar veroveren, maar tegelijkertijd roep ik mezelf tot bedaren. Nee, ik moet niet dingen overhaasten. Dat is niet goed. Dat schrikt af, en dan wil ze misschien niets meer van mij weten. Ik moet voorzichtig zijn met wat ik doe. Maar één ding weet ik wel zeker, ik ga James hier eerst niet over vertellen. Dit zijn zaken die hem niet aangaan. Ik wil niet dat hij alles over mij weet, en tegelijkertijd ben ik erg bang dat hij van alles gaat proberen om het proces te versnellen terwijl ik dat niet wil. Dat kan alleen maar tegen mij gaan werken. Ik ga rustig aan doen. En het maakt mij helemaal niets dat we morgen of pas over een half jaar iets krijgen. Ik moet haar niet onder druk zetten. Ik weet van menig andere vrouwen dat ze dan afknappen op diegene die hen onder druk heeft gezet. En dat moet ik niet hebben. Ineens gaat de omroepstem aan. ‘Wil Colette Bardon zich melden bij de conciërge? Ik herhaal: wil Colette Bardon zich melden bij de conciërge?’ Ik kijk opzij. En zie hoe haar gezicht verbaasd, maar toch gespannen staat. ‘Zal ik met je mee gaan?’ Ze denkt na. Zo lijkt het tenminste. Dan knikt ze zachtjes. Ik help haar met het inpakken van haar tas. En we lopen dan samen het lokaal uit. Ik knikte nog even met mijn hoofd naar de lerares die met haar mond vol tanden staat. Als ik achter Colette aan loop de conciërgerie binnen zuchten beide conciërges ergerlijk. Ik leg ze met een blik het zwijgen op. Ik blijf bij de deur staan en kijk toe.
vrijdag 4 februari 2011
Colette
Sharon
Ik heb geen idee waarom het ineens duizelde. Ik heb het één keer eerder gehad, maar toen zei mijn toenmalige dokter dat, als het zich niet herhaalde het niet ernstig was. Dit is ook de reden waarom ik me er nooit meer druk over heb gemaakt, maar nu is weer zo’n moment dat ik flauw val. En vorige week had ik ook al zo’n moment. Ik weet van mezelf dat ik naar het ziekenhuis moet, maar alleen in een wildvreemde stad in een wildvreemd ziekenhuis liggen, zonder dat je ouders bij je op bezoek kunnen komen staat me niet aan. Ik kan weer helder denken, en ik voel de drang om mijn ogen open te doen en gewoon weer te gaan zitten, en net doen alsof er niets aan de hand is, maar er is wel degelijk iets aan de hand. Achter mij hoor ik Colette huilen. Ze is helemaal overstuur. Dan worden er zachtjes woorden gefluisterd bij mijn oor. Ineens begint de bus weer te rijden, ik had nooit gemerkt dat we stil stonden. Als ik een klein klapje op mijn wang krijg moet ik mijn ogen wel open doen. Daar zit hij naast me, over me heen gebogen. Ik schrik, en probeer mijn reacties in bedwang te houden. De rest van de busrit zeg ik niets, en ook op school houdt ik me stil. Ik wil niets van hem weten, hij is eng en heeft me bedreigd. Waarom zou ik hem nou weer dankbaar moeten zij dat hij mij en Colette geholpen heeft. Hij brengt mij naar de conciërgerie, maar in plaats van zelf naar zijn eigen les te gaan blijft hij bij mij zitten. Nee, dit wil ik niet! Hij probeert naar mijn naam te vissen, en naar de reden waarom ik flauw viel, maar ik wil niet tegen hem praten. Hij is het niet waard om tegen te praten. Vijf minuten later komt zijn vriend ook nog binnen. Eindelijk stuurt de conciërge hen weg. Dan zit ik alleen met hem in het hok. Ik kijk stilletjes voor me uit, en ik heb even geen idee wat ik moet zeggen of wat ik moet doen. Even later komt er ook een vrouw binnen, zij lijkt me aardig en is gelijk ook heel erg open naar mij toe. Ik voel mij op mijn gemak en vertel haar het verhaal. Ook dat ik het vroeger wel eens had gehad en dat ik, als het regelmatiger zou voorkomen naar het ziekenhuis moest gaan van de huisarts. Als ik dan ook nog zeg dat ik vorige week ook zo’n aanval had, pakt ze gelijk haar jas, sleutels en tas. Ze helpt mij om op te staan en te lopen. Ik voel me nog steeds erg zwakjes. “Moet ik iemand waarschuwen of moet er iemand mee, Sharon?” Ik kijk even op en denk na. Nee, ik denk niet dat Colette nu met mij mee wil. Ze moet zelf ook weer even op krachten komen. Ik schud mijn hoofd en ga dan zitten in de vrouw haar auto. Ik moet mezelf tegenhouden niet te gaan huilen.
James
Wiliam
Ik ben gespannen voor de busrit naar school. Ik heb geen idee wat ik moet verwachten. Vooral omdat ik half vegetarisch probeer te worden. Ik heb al gedurende week geen mensenbloed meer gehad. En sinds vier dagen helemaal geen bloed gehad. Wat moet ik doen als ik straks helemaal los sla, en mensen begin aan te vallen omdat ik zo’n honger heb. Nee, honger is niet het goede woord. Want psychisch wil ik niet eten, of in mijn geval drinken, maar mijn lichaam snakt ernaar om bloed binnen te krijgen. James heeft mijn zorgen door en geeft mee een klop op mijn schouder. ‘Het gaat wel goed. En anders houd ik je wel tegen.’ Ik glimlach even, maar daarna wordt mijn gezicht weer neutraal. De bus is vroeg, en als de deuren open gaan ruik ik al de geur van zweet, adem, huid en bloed. Ik zoek een plekje op in het midden van de bus bij de tweede deur in de buurt. Zo kan ik altijd vluchten. Halverwege de rit voel ik dat de sfeer veranderd, en nog geen minuut daarna begint een meisje achterin de bus te roepen en te panikeren. Ik kijk eerst met een bezorgd gezicht James aan. Moet ik er naartoe gaan, en hen in gevaar brengen door erheen te gaan, of zal ik gewoon blijven zitten zoals eigenlijk iedereen doet. James geeft een kort knikje met zijn hoofd. Voor mij is dat een teken om uit de bank te stappen en naar achteren te lopen waar het probleem zich afspeelt, op de voet gevolgd door James. Ik heb eerst het meisje dat waarschijnlijk om voor mij nog onbekende redenen is flauwgevallen languit gelegd in het gangpad. Daarna ben ik naast het hysterische meisje gaan zitten. Ik heb een arm om haar heen geslagen en geruststellende woordjes gesust. Eindelijk kwam er voor in de bus ook actie. Een andere passagier heeft de buschauffeur tot stoppen gesmeekt en deze kwam gelijk hierna ook naar ons toe. Ik glimlachte even en knikte naar hem dat wij de zaak zo goed als onder controle hadden. Ik schoof samen met het meisje, twee plekken opzij zodat er ook nog ruimte was voor James en het andere meisje, en ook zaten we nu veel minder in het zicht. Eindelijk kalmeerde het meisje wat, maar ik liet haar niet los. Bang dat ze dan weer uiteen zou vallen in allerlei kleine stukjes. Ik ga door met het fluisteren van kalmerende woordjes. Eindelijk heb ik het gevoel dat ze nu echt binnendringen. Het voelt goed om haar vast te hebben. Ik weet niet wat het is, en eigenlijk ben ik bang voor dit gevoel. Ik ben bang dat het mis gaat, dat het uit gaat lopen op onmogelijke dingen. De bus stopt voor school. Ik loop met het meisje mee de bus uit, en het schoolplein over. Als ik haar naar het lokaal breng merk ik dat niemand op haar afspringt of op haar let. Als ik terug kom zie ik dat James nog met het andere meisje bij de conciërge zit. Zij is nu ook weer helemaal bij kennis, maar ze is zeker een paar minuten weggeweest. Ik stap ook de conciërgerie binnen. En ga erbij zitten. Ik wordt vreemd aangekeken door de conciërges, maar ze gaan niet tegen me in. Bang dat ze daarmee ook het tere meisje beschadigen.
donderdag 3 februari 2011
Colette
Sharon
Mijn wekker gaat. Ik pak mijn mobiel en kijk hoe laat het is. Ik wordt half verblind door het felle licht van het beeldscherm. Haf zeven. Ik probeer na te denken waar ik ook alweer was beland. In een groot huis, met nog een meisje en haar tante wie ik Liv moest noemen. Ik zoek tussen de verhuisdozen, naar de doos met mijn kleding en trek er een spijkerbroek uit, met een simpel basic t-shirt. Vandaag doe ik niet moeilijk. Ik borstel mijn haar en kneed er wat mousse in. Dit was het dan voor vandaag qua aandachts besteding aan het uiterlijk. Ik loop naar beneden en zie dat Liv al aan een gedekte tafel zit te eten. Ik groet haar en ga zitten. Ik heb van gisteren al snel genoeg geleerd dat ik gewoon maar moet doen wat ik denk dat goed is. Al het gevraag werkt alleen maar op iedereen hun zenuwen. Als ik mijn tas heb ingepakt, mijn schoolboeken zijn de enige dingen die niet in dozen lagen opgeslagen, loop ik nog door de keuken om mijn broodbakje er ook in te doen. Dan stapt ook Colette met een slaperig hoofd de keuken in. Ze heeft felle kleding aan, maar bij haar figuur staat het echt leuk. Ik kijk op mijn horloge. Als ik nog vijf minuten wacht dan kan ik samen met Colette naar de bus, en dan weet ik tenminste zeker dat ze vandaag niet weer skipt. Niet dat het mij heel erg uitmaakt, maar het geeft mij een goed gevoel als ik weet dat ze het toch aandurft. Want ik weet zelf ook wel dat het niet alleen maar ziek was. Maar ik ben nog niet achter die andere reden. De vijf minuten worden er zeven, en we rennen samen, ik op mijn pumps, naar de bushalte. Als we daar aankomen komt de bus ook net aangereden. Hijgend ploffen we op de achterbank van de bus neer. Dan beginnen we te lachen. Als het iedere dag zo gaat, dan gaat mijn conditie als een pijl omhoog. Ik schop eerst mijn pumps uit en ga wat relaxeter zitten. Naast mij zit eerst toch nog niemand, en als het druk wordt ga ik wel weer normaal zitten. ‘Daar zitten we dan. In de bus naar school, op naar onze tweede schooldag.’ Colette zucht instemmend. Als er bij de volgende halte een groepje jongens instapt denk ik ineens aan het avontuur van gisteren. Het zal toch niet dat die enge jongen bij mij op school zit. Ik heb nu Colette bij me, hij kan me niets doen. Ik zit niet meer lekker en ga toch weer rechtop zitten. Alle beelden van gisteren spoken weer door mijn hoofd. Ik wil dit niet, ik moet hier weg, ik heb het gevoel dat ik claustrofobisch wordt. Alles om mij heen begint te draaien en het wordt helemaal zwart voor mijn ogen.
zondag 30 januari 2011
Colette
Next Day
De volgende dag werd ik wakker toen er iemand op mijn deur klopte. Ik deed slaperig mijn ogen open en voelde dat er iets prikte in mijn oor. Mijn oordopjes. Ik had de hele nacht muziek 'geluisterd'. Shit. Nu was de batterij echt zeker leeg. Ik keek naar het gezicht in de deuropening. Liv. 'Goedemorgen zonnestraaltje. Je hebt nog een kwartier voordat de bus gaat.' Op de achtergrond zag ik Sharon voorbij lopen die eruitzag alsof ze al helemaal klaar was. 'Fuck.' vloekte ik en ik sprong uit bed om mijn kleding voor die dag uit te zoeken. Een kleurrijk rokje met een felle legging en laarzen. En daarbovenop een geel T-shirt met een smiley figuur ding erop. Ik twijfelde toen ik het aanhad. Viel het niet teveel op? Ik was net van plan om het weer uit te trekken toen ik Sharon's stem hoorde. 'Staat je leuk.' zei ze. Ik keek even achterom. Oke. Ik hield het wel aan. Ik glimlachte en stoof toen de badkamer in om mijn haar en make-up te doen. Toen sprintte ik naar beneden waar Liv al zo lief was geweest om mijn brood te smeren. Alsof ik een klein kind was. Ach whatever, vandaag was ik er blij mee. Ik at snel en zag dat ik geen tijd meer had om mijn tanden te poetsen. Gadver. Kauwgom pakken. Rennen. Vanmorgen ging Sharon met me mee. We sprintten naar de bus en zakten uiteindelijk uitgeput neer op de achterste bank. Toen schoten we in de lach.
Sharon
Ik zit op mijn kamer met het tweede deel van de boekenserie “Eragon”. Het begint net spannend te worden als mijn persoonlijke bel gaat. Ja, het is waar, ik heb een aparte huisdeur bij mijn kamer en daar hoort natuurlijk ook een bel bij. Zuchtend leg ik mijn boek neer. En sjok naar de deur. Wie zal het zijn? Ik verwacht niemand op dit tijdstip, en ik heb de algemene bel ook niet gehoord dus het is waarschijnlijk Colette of Olivia. Ik doe open, en inderdaad staat daar Colette voor mijn deur. In haar handen had ze een stapel, gekafte boeken. Waarschijnlijk schoolboeken. Ik maak het bed snel even netjes en klop dan naast me. “Waarom kom je hier nu nog? Het is toch al best laat?” Ik keek Colette vragend aan. Het eerste wat ze vroeg is wat ik voor rooster heb, en voornamelijk welke vakken ik vandaag heb gehad. Ik graaf in mijn veel te grote schooltas op zoek naar mijn agenda. En daar tover ik uiteindelijk mijn rooster uit. Als ik deze naast die van Colette leg, zie ik dat ik best veel vakken met haar samen heb. “Kun jij me helpen met Natuurkunde en Wiskunde? Ik heb nooit veel van die vakken gesnapt en je weet dat ik vandaag niet lang op school was.” Ik zou gelijk mijn mond open trekken om te vragen waarom niet, maar ik bedenk me dat het misschien beter is dat ik eerst niet zoveel daarover zeg. Anders was ze er zelf wel over begonnen, en we zijn praktisch nog wildvreemden voor elkaar. Ik zoek zelf mijn boeken er ook bij en begin uit te leggen. Wat mij opvalt is dat Colette ijverig meeschrijft met alles wat ik zeg. Als ik tussendoor een grapje maak heeft ze bijna ook nog de intentie om dat op te schrijven maar dan stopt ze ineens en beseft ze dat ik een grapje maak. We lachen en ik zoek een cd op uit een van de verhuisdozen. Nee, het is nog steeds niet allemaal uitgepakt, maar het komt steeds meer. Ook de stof van Natuurkunde gaat snel. En nog geen half uur later liggen we samen op mijn kamer de rest van het huiswerk te maken. “Kom je morgen wel gewoon op school?” Vraag ik voorzichtig. Ik zie bij Colette langzaam een rode blos opkomen. Dit moest ik niet vragen denk ik bij mezelf. Stom stom stom! Maar tot mijn verbazing geeft ze antwoord. “Ja, dat is wel de bedoeling. Ik kon me vandaag gewoon niet zo goed concentreren en ik voelde me niet helemaal goed. Waarschijnlijk door de zenuwen.” Samen lachen we. “Dan verschuil je je morgen maar achter mij.” Ik had nooit gedacht dat ik deze opmerking zou maken. Vaak ben ik het meisje dat zich verschuilt, en dat ik nu de brede vrouw ben waarachter mensen zich verschuilen. Nee, het dringt nog niet zo goed tot mij door.
James
Wiliam
Ik heb mezelf binnengelaten. De deur zat op slot, maar achter het huis stond nog een raam open op de bovenverdieping. Waarschijnlijk heeft James dat gedaan als test. Ik zie hem als mijn meester, al zal ik dat nooit tegen hem zeggen. Als dat tegen hem gezegd wordt, krijgt hij een te groot ego wat tegen hem kan gaan werken. En ik wil hem daarvoor behoeden. Eten of drinken heb ik niet nodig om van te leven. Ik krijg mijn voedingsstoffen uit wat anders. Vloeiend bloed. In de kasten van James zie ik enkele bloedtabletten, en ik besluit om deze maar op te lossen. Ik houdt mezelf liever voor de gek dan dat ik weer op jacht moet. Ik moet toch maar eens gaan vragen waar hij deze tabletten vandaan heeft. Ik heb ook zulke tabletten nodig. Dan zal een schooldag minder vermoeiend zijn. Of de busreis in een overvolle bus vol warme zwetende mensen die net gesport hebben en waarvan het bloed nog sneller stroomt. Ik zou voor een langere tijd kunnen leven zonder bloed, maar dan moet ik mijzelf in gevaar brengen. Ik plof neer op de bank bij James en staar voor mij uit, uit het raam. Een paar tellen later komt James binnen. Hij kijkt mij uitdagend aan. Ik begroet hem lachend. Nog geen seconde later zit hij naast mij op de bank. Één van de voordelen van vampier zijn. Je bent echt megasnel. Een mens kan je niet zien als je op volle snelheid loopt. En het is zelfs zo dat je amper wind achter je aan hebt als je full-speed loopt. Een normaal mens zal je dan ook niet eens voelen. Allemaal voordelen aan het vampier zijn. Ik vraag James naar zijn dag, maar vooral naar zijn plek vandaag. Ik weet dat hij vaak op een publieke plek verstopt zit om veel vlees te keuren en zijn avondmaal uit te zoeken. Als hij antwoordt dat hij bij de supermarkt was schrik ik daarvan. Ik hoop diep van binnen dat hij niet op zat te letten toen dat mooie meisje naar buiten kwam, maar mijn hoop is tevergeefs. James begint te vertellen over zijn avontuur van vandaag. In haar ogen is te lezen dat ze me niet vertrouwd. En het lijkt er zelfs op dat ze mij niet eens aan ziet als een volwaardig mens maar een dier. “Dat ben je toch ook?” grap ik. Samen lachen we om deze grap, maar bij mij doet het diep van binnen nog steeds pijn. Al hoewel ik al vanaf mijn eerste levensjaar een vampier ben, voel ik me nog steeds niet zo. Ik heb dingen meegemaakt toen ik nog een mens was. En deze gedachten zijn nu sterker geworden omdat ik een vampier ben geworden. Nee, ik moet het anders zeggen. Ze hebben van mij een vampier gemaakt. Ze hebben van mij een monster gemaakt dat anderen moet doden. Een monster dat geen grenzen kent. Een monster dat ik niet wil zijn. Ik wil het liefst een gewoon mensenleven met de dood die daarop volgt. Het gevoel dat ik nu voor eeuwig leef kan ik me niet voorstellen. Ik zie iedereen oud worden en zelf blijf ik steeds jong. Ik heb mijn hoogtepunt bereikt. Veel ouder zal ik niet worden. De gedachten spoken door mijn hoofd, en maken dat ik niets meer hoor van datgene wat James allemaal tegen mij zegt.
zaterdag 29 januari 2011
James
Sharon
Ik ren, ren tot ik niet meer kan. Ik vlieg hoeken om en stegen door. Het liefst door de meest verlichte straten zodat hij mij niet achterna durft te komen. In mijn haast heb ik de boodschappentas laten vallen, maar ik durf niet meer terug. Ik ben bang dat hij dan weer komt opdagen, dat hij nu meer met mij doet dan dat ik wil. Op mijn vluchtroute kom ik langs een slagerswinkel. Ik loop naar binnen en koop nog snel wat vlees om toch met iets thuis te komen. Als ik daarna ook nog langs een groenteboer kom vult mijn hart zich met opluchting. Dit blijft tussen ons.Tussen de engerd en mij. Olivia en Colette hoeven hier niets van te merken. Er is gewoon niets aan de hand. Ik haal diep adem en stap dan weer naar buiten. Ineens realiseer ik mij dat ik een klein beetje verdwaald ben. Ik heb geen idee waar ik allemaal langs ben gerend op mijn vluchtroute. Ik draai me weer om en loop opnieuw de winkel van de groenteboer binnen. Hij begint te lachen als ik het vraag. Mijn kop is rood als een boei. ‘Aan het eind van deze straat links. En dan zie je het wel.’ Ik bedank de man hartelijk en loop dan snel terug naar huis. Eenmaal binnen durf ik weer te ademen. De drukkende sfeer heeft geen invloed meer op mij. Ik ben weer “thuis” Ik ben weer veilig. Ik leg het eten in de koelkast en start eerst mijn computer op. Het duurt vaak wel even voordat deze helemaal gebruiksklaar is dus ik kan ondertussen mooi het eten klaar maken. Het is simpel, maar ik had geen andere keuze. Ik hoop niet dat die engerd straks de boodschappen komt brengen, dan zorg ik wel dat ik niet degene ben die aan de deur komt. Ik ga mezelf niet nog eens aan hem tonen. Als het eten goed en wel opstaat en alleen nog moet garen start ik internet op en begin met een nieuw bericht naar Paul.
Dear Paul,
Ik weet niet meer of ik het hier leuk vind. Mijn ervaring van zonet geeft stof tot nadenken. Ik had beloofd te koken aan mijn huisgenoten en ik ging dus boodschappen doen in de plaatselijke supermarkt. Stel je niet teveel voor bij zo’n dergelijke supermarkt het is klein, maar alles in de vorm van eten kun je er krijgen. Toen ik de supermarkt uitliep was ik eerst alleen in de straat. Ongeveer 200 meter daarna liep er ineens een jongen achter mij die mij aantikte en vroeg of ik mee kon lopen naar de dichtstbijzijnde bushalte omdat hij verdwaalt was. Ik schrok me kapot. Hij was gewoon zo perfect! Ik wist, en weet nu nog steeds niet wat ik ermee aan moet. Help!
Dikke kus!
Ik druk op verzenden en lees dan nog de overige berichten op het forum. Het zijn veel onbelangrijke dingen met voornamelijk spelletjes, iets wat me nu even niet boeit. In de chatbox is ook niemand online dus ik besluit maar gewoon voor de computer weg te gaan. En het eten verder klaar te maken. Ik loop langs het raam op de trap en ineens zie ik hem staan. De adem stokt in mijn keel en ik duik weg en maak dat ik weg kom. Naar de keuken waar ik, hoop ik veilig ben voor zijn verschijning.
vrijdag 28 januari 2011
Colette
Ma chere Col*
Ik mis je. Oké. Dat moest er sowieso even uit.
Maar over je mailtje. Is het echt zo erg? En waarom dan? Zijn er geen aardige mensen op je nieuwe school? Is het gewoon een irritant stinkend rothok? -Oké. Dat zijn alle scholen, maar goed.- En is dat het niet het geval, wat is er dan aan de hand?
Bij ons op school is het ook niet super. Maar.. Ach.. Ik moet je iets vertellen. Je weet nog wel dat ik die jongen leuk vond, toch? Francis. Weet je het nog? Ach ja. Nou.. We waren gister dus op een feestje en.. Nou. Hij vind mij ook leuk-
Verder hoefde ik niet te lezen. Ik greep mijn mobiel van mijn nachtkastje en typte het nummer in dat ik uit mijn hoofd kende. Toen de mobiel twee keer over was gegaan werd er opgenomen door iemand die keihard 'COOOOOOL' in mijn oor schreeuwde. 'MEEEEEEEEEEEEEEEEEEEER' schreeuwde ik zomogelijk nog harder terug. Toen begonnen we opeens kris kras Frans tegen elkaar te praten. We kletsen over Francis en over hoe het ging en we waren zo enthousiast dat we zo een halfuur verder waren.
*Dit is al vaag Frans dus ik zal de rest maar niet in het Frans gaan doen geloof ik.. Al vind ik dat best cool
William Ludlow
School boeit mij niet. Ik heb het daar wel gezien. Iedere dag opnieuw wordt je weer in een muf lokaal gepropt, en iedere dag opnieuw vuren ze allemaal informatie op je af. Voor mij is het allemaal nutteloze informatie. Ik weet alles al, er zijn zeer weinig verschillen in de leerstof als je het vergelijkt met tien jaar geleden. Je zou zeggen dat onderwijs met de tijd mee gaat, maar misschien worden alleen de lokalen op gevrolijkt, al zijn ze nog steeds niet om uit te staan, en wordt alles gedigitaliseerd. De wetenschap kan wel stoppen met experimenten doen want het onderwijs neemt het toch nooit mee.
Ik zit achter de kassa in de supermarkt in het dorp. Altijd komen dezelfde mensen voorbij, en vaak zijn het oudere mensen die dagelijks boodschappen doen. Ik ben blij dat zondag een algemene vrije dag is. Voor mij betekent dat een dag zonder oude beschimmelde mensen. Vandaag was er nog iemand anders. Iemand die ik nog niet eerder heb gezien, alhoewel, volgens mij heb ik haar in de gangen op school zien lopen. Ze is jong, en heeft rood krullend haar. Haar ogen zijn groen en stralen in het licht van de zon. Ze is mooi, bijna te mooi om een normaal mens te zijn. Maar er was nog iemand op school die ik niet kende. Zij heeft in tegenstelling tot “het winkelmeisje” steil blond lang haar. Een blik in haar ogen zei genoeg. Mijn groeiende honger was gelijk gestilt met iets wat veel beter voelt dan de smaak van bloed. Haar ogen waren blauw als de lucht. Ik vraag me af waar ze vandaan komt.
Vanavond ga ik naar James, ik zal hem eens vragen hoe hij erover denkt en wat hij vindt wat ik moet doen. Één ding is zeker, ik ga van haar geen maaltijd maken, ook al is het het hoofdgerecht. Ik raak haar met geen vinger aan op die manier.
dinsdag 25 januari 2011
James
Sharon Scott
Ik plof naast Colette op de bank. Of “Col” hoe Liv haar noemt. Liv, ik vind het zo vreemd om Liv te zeggen tegen iemand die ik niet ken. Maar Olivia moet ook maar niet aan het zure gezicht te zien. ‘Zal ik koken vanavond?’ Ik kijk ze om de beurt aan. Colette knikt gelijk instemmend en Liv knikt daarna ook, maar nog steeds niet overtuigend. Ik sta op en pak mijn jas en portefeuille van mijn kamer. ‘Ik ga dan even boodschappen doen. En ik laat jullie wel even alleen.’ Nadat ik de deur achter me heb dichtgedaan haal ik diep adem. De sfeer die daarbinnen hangt die staat mij niet aan. Ik ben even vrij voor een kwartier. De supermarkt is niet ver van het huis en ik besluit dan ook de boodschappen lopend te doen. Dan kan ik de tijd misschien nog even rekken. Met een goed gevoel loop ik naar de supermarkt. Onderweg bedenk ik wat het zal worden. De zon schijnt en er zijn amper wolken in de lucht. Ik zie het allemaal als teken dat ik hier welkom ben. In de supermarkt heb ik zo alle ingrediënten bij elkaar gezocht. En ik heb ook wat kleine dingetjes voor mezelf meegenomen zoals frisdrank en koeken. Chips hoef ik niet, dat is mij te vet. Als ik bij de enige kassa aansluit in de rij zie ik hem zitten. Hij scant de producten in een zo vloeiende beweging dat het goddelijk lijkt. Ik zwijmel en heb het bijna niet door dat hij ook mijn producten al heeft gescant. ‘Dat is dan 15 pond.’ Ik schrik op. Zelfs zijn stem is zo goddelijk. Met een schok kom ik weer tot besef en haal een briefje van 20 pond uit mijn portemonnee. Bij het overgeven raak ik zijn hand per ongeluk aan. Mijn hand word helemaal warm en er gaat een schok door mijn lichaam. Ik ben nog net genoeg bij zinnen om het wisselgeld aan te pakken, deze keer zonder hem te raken, en met al mijn boodschappen de winkel uit te lopen. Als ik de hoek om ben, begin ik alles te beseffen. Is dit het gevoel van verliefd zijn?
Colette
Sharon
De eerste dag dat ik alleen ben. Nou ja, alleen, ik zit hier met nog een meisje in dit huis; Colette. Ik heb nog niet goed met haar gesproken. Alleen op school hebben we een paar woorden uitgewisseld maar dat ging vooral over het huiswerk. Het is hier erg mooi, en vandaag schijnt zelfs de zon om ons te verwelkomen. Op school valt het hier ook best wel mee. Zoals jullie van mij gewent zijn heb ik me gewoon onzichtbaar gemaakt en wat om me heen gekeken. De jongeren zijn hier veel opener naar elkaar toe en ze kwamen ook een paar keer naar mij toe om dingen te vragen en mij erbij te betrekken. Colette was na de eerste les zomaar verdwenen dus ik was gedoemd om alleen de dag door te komen. Dat is voor mij ook geen ramp. Ik denk dat ik morgen op het groepje afstap die mij vandaag ook heel erg hebben betrokken. Het zal goed voor mij zijn om contacten te leggen en niet steeds in een hoekje weg te kruipen. Morgen zal ik meer schrijven over mijn nieuwe leven.
Ik druk op verzenden en open dan de chat. Paul is online en hij begint gelijk tegen mij te praten.
Paul: Hi
ShySha: Hi
Paul: En hoe bevalt het? Een beetje een leuke schooldag gehad op je nieuwe school?
ShySha: Ja, het is hier heel leuk. En ik voel me hier goed. En vooral voel ik me hier beter dan thuis waar ik toch alleen maar in de weg zit.
Paul: Zou je niet toch stiekem je ouders missen?
ShySha: Misschien, maar nu eerst nog niet. Ik ga eerst genieten, tobben kan de rest van mijn leven ook nog wel.
Paul: Wow! Jij wordt steeds positiever ga zo door!
ShySha: Het is maar een klein dingetje.
Paul: Sorry, ik moet gaan. Ik spreek je later!
ShySha: Doei!
Ik sluit de chat af en plof op mijn bed. Met muziek in mijn oren denk ik na over vandaag, en over hoe het morgen zal worden.
maandag 24 januari 2011
Colette
School sucks.
Ik klikte op verzenden en wachtte totdat het mailtje weg was. Oké. Ik weet dat het te vroeg geoordeeld was. Ik was in totaal nog maar twee dagen naar school geweest en dan hoor je nog niet te oordelen of het wel of niet leuk is. Maar goed. Het maakte me ook niet uit. Ik keek even naar mijn maillot. Overal zaten gaten, en dan ook overal. Maar dat was wat ik leuk vond. So what? Oh jee. Ik begon al Engelse termen te gebruiken. Dit was wel echt erg. Ik zuchtte en pakte mijn halfversleten schooltas op en hees hem op mijn rug. Hij was versierd met allemaal verschillende strikjes en lintjes in felle kleuren. Ik had er al veel mensen met een rare blik naar zien kijken. Ik grijnsde. Het maakte me niks uit. De rest van mijn outfit: een fel zomers gekleurd jurkje die wijd uitviel. En een leren jack er bovenop. Als je de kledingstukken apart zag, zou je zeggen dat het gecombineerd echt verschrikkelijk zou zijn. Maar als combinatie was het zo verschillend dat het er best wel cool uitzag. Vond ik dan. De mensen die op mijn school zaten hadden er duidelijk een andere mening over. Maar ja, wat trok ik me nou aan van de andere mensen op mijn school? Ik was Colette Barton. Origineel, niet bang voor de meningen van anderen en iemand die eigenlijk graag in Frankrijk had willen zitten. Ik zou het er maar mee moeten doen. Ik liep de woonkamer in en zag tante Liv al zitten. Eigenlijk heette ze Olivia, maar ze had zo'n hekel aan die naam dat iedereen haar Liv moest noemen. 'Je komt nog te laat.' zei ze. 'Ik heb al toast voor je gemaakt. Ligt op het aanrecht.' 'Merci beaucoup.' zei ik met een glimlach. Liv glimlachte. 'Je houdt ook nooit op met je Frans.' zei ze. Ik grijnsde. 'Nooit.' Ik mocht Liv graag. En zij mocht mij, geloof ik. Ik pakte de toast en keek toen op de klok. De bus zou over vijf minuten vertrekken. Maar naar de bushalte lopen kostte me alleen al zes minuten. 'Ik ben weg!' zei ik snel terwijl ik nog wat boterhammen meegriste. 'Tot vanmiddag.' zei Liv die zwaaide. Liv was best jong. Ze was zeven jaar jonger dan mijn moeder en ze gedroeg zich ook jong. Niet dat ik daar problemen mee had. Ik vond haar cool. Ik haastte me naar de bus en kon nog net voordat deze weg zou rijden instappen. Ik ging op een lege plek bij het raam zitten. Vanaf daar had ik uitzicht op een jongen met halflang zwart haar wat hij -dat dacht ik tenminste- met opzet erg warrig had gemaakt. Ik kon er niks aan doen. Maar ik vond hem erg sexy. Hij zat met zijn rug tegen het raam aan en keek nogal verveeld voor zich uit. Toen merkte hij kennelijk dat ik naar hem keek en hij keek naar me. Hij glimlachte. Ik glimlachte terug. Het was echt een flirter, dat kon je zo zien.
Introductie: Sharon Scott en Wiliam Ludlow
Uiterlijk: Sharon heeft een redelijke lengte en heeft lang rood bruin krullend haar. Ze is goed gebouwd en accentueert haar vrouwelijke rondingen vaak met heupbroeken en nauw aansluitende T-shirts of blouses. Haar huid is een klein beetje gebruind nog van toen ze geen vampier was.
Familie: Sharon is geboren met haar gezin in een plaatsje vlakbij Leeds. Ze is de oudste van de zes kinderen en dit is vaak best wel vervelend. Haar ouders zien haar al heel vroeg aan als volwassene en laten haar aan haar lot over. Ze kan thuis blijven wonen en blijven eten, maar er wordt totaal geen aandacht aan haar besteedt. Alleen als er ineens een oppas nodig is voor haar jongste broertjes en zusje omdat haar andere broertje en zusje op stap gaan en ook haar ouders weg zijn, komt zij in beeld. Met haar jongste zusje kan ze goed overweg. Voor de rest zoekt ze haar toevlucht op een forum op internet waar ze wel serieus genomen wordt en waar ze kan zijn zoals ze zelf wil zijn.
Extra: Sharon is erg onzeker en loopt daardoor vaak maar wat achter de anderen aan. Wat zij doen zal wel goed zijn is haar instelling in de meeste activiteiten in het leven.Het opgroeien in een normale familie heeft er wel voor gezorgd dat zij een heel groot inzicht heeft in de mensenwereld.
Wiliam Ludlow
Uiterlijk: Wiliam is een man van middelmatige lengte. Hij heeft donkerbruine krullen en een goed gespierd lichaam. Hij is vaak onverschillig en zoekt daar ook zijn kleding naar uit. Een comfortabele spijkerbroek en een t-shirt is zijn standaard outfit en af en toe draagt hij een blouse. Dit draagt hij vaak alleen als hij indruk wil maken op vrouwen.
Familie: Wiliam is, toen hij 5 maanden oud was, te vondeling gelegd door zijn moeder. Een vampier familie heeft hem gevonden en hem verder opgevoed. Zij zijn ook de reden dat hij een vampier is. Van zijn biologische ouders weet niemand iets af. Het is wel duidelijk dat zij waarschijnlijk, toen hij geboren werd in Norwich omdat hij in het naburige dorpje: Arminghall gevonden werd.
Extra: Doordat Wiliam vanaf zijn bewust zijn al leefde binnen een vampierfamilie en zelf ook een vampier was, reageert hij op het instinct van een vampier en heeft hij ook vaak impulsieve acties. Zijn familie nam hem dit niet kwalijk en liet hem zijn gang gaan. Zodanig dat Wiliam het nu heel moeilijk vind om eerst na te denken voordat hij iets doet.
zaterdag 22 januari 2011
Introductie: Colette Barton en James Salvatore
Uiterlijk: Colette is erg knap. Ze heeft lang blond haar en fel blauwe ogen. Ze heeft een lichte huid. Ze is nogal klein en best wel dun waardoor ze er nogal breekbaar uitziet, maar dat is ze helemaal niet. Ze draagt het liefst iets wat op een jurkje lijk, en daaronder draagt ze dan (gekleurde) leggings of skinny's.
Familie: Haar vader is pasgeleden overleden en omdat haar moeder het allemaal niet meer aankon heeft ze Colette naar haar zus, Collete's tante dus, in Engeland gestuurd. Ze heeft ook nog een zusje, Carice, en een broertje die Chris heet. Die zijn nog wel bij hun moeder gebleven. Vroeger woonde ze in Frankrijk maar ze spreekt vloeiend Engels omdat haar moeder oorspronkelijk uit Engeland komt.
Extra: Colette is best boos op haar moeder omdat ze haar naar haar tante heeft gestuurd, maar ze kan het wel erg goed met haar tante vinden. Ze kan wat bitchy overkomen, maar dit komt vooral omdat ze zelf heel erg onzeker is. Ze sluit zich ook erg af voor andere mensen en is in eerste instantie niet van plan om nieuwe vrienden te gaan maken. Ze schrijft wel brieven naar haar beste vriendin in Frankrijk: Meredith.
Naam: James Salvatore
Uiterlijk: James heeft zwart, halflang haar. Zijn ogen zijn lichtblauw maar als hij dorst heeft worden die donkerder. Hij is lang en heeft een lichte huid. Hij is (uiteraard) ontzettend knap.
Familie: Zijn hele familie is al overleden, wat ook niet zo raar is want hij is geboren in 1718. Hij had vroeger een oudere broer, Damian, een jongere broer, Laurens en een zusje, Sylvette. Hij zegt trouwens tegen niemand dat zijn familie overleden is.
Extra: James woont dus in een huis alleen. Dit huis is wel erg groot maar dat komt omdat hij ook extreem veel geld heeft. Zijn familie was al rijk en dit heeft hij ook geërfd. Ook heeft hij al extreem lang kunnen werken. James houdt best wel een beetje van dure kleding en dure zonnebrillen en daar heeft hij dus ook geld genoeg voor. Hij heeft er zo langzamerhand geen hekel meer aan om een vampier te zijn en is ook niet vegetarisch. James is een echte flirter.