Ik zit op mijn kamer met het tweede deel van de boekenserie “Eragon”. Het begint net spannend te worden als mijn persoonlijke bel gaat. Ja, het is waar, ik heb een aparte huisdeur bij mijn kamer en daar hoort natuurlijk ook een bel bij. Zuchtend leg ik mijn boek neer. En sjok naar de deur. Wie zal het zijn? Ik verwacht niemand op dit tijdstip, en ik heb de algemene bel ook niet gehoord dus het is waarschijnlijk Colette of Olivia. Ik doe open, en inderdaad staat daar Colette voor mijn deur. In haar handen had ze een stapel, gekafte boeken. Waarschijnlijk schoolboeken. Ik maak het bed snel even netjes en klop dan naast me. “Waarom kom je hier nu nog? Het is toch al best laat?” Ik keek Colette vragend aan. Het eerste wat ze vroeg is wat ik voor rooster heb, en voornamelijk welke vakken ik vandaag heb gehad. Ik graaf in mijn veel te grote schooltas op zoek naar mijn agenda. En daar tover ik uiteindelijk mijn rooster uit. Als ik deze naast die van Colette leg, zie ik dat ik best veel vakken met haar samen heb. “Kun jij me helpen met Natuurkunde en Wiskunde? Ik heb nooit veel van die vakken gesnapt en je weet dat ik vandaag niet lang op school was.” Ik zou gelijk mijn mond open trekken om te vragen waarom niet, maar ik bedenk me dat het misschien beter is dat ik eerst niet zoveel daarover zeg. Anders was ze er zelf wel over begonnen, en we zijn praktisch nog wildvreemden voor elkaar. Ik zoek zelf mijn boeken er ook bij en begin uit te leggen. Wat mij opvalt is dat Colette ijverig meeschrijft met alles wat ik zeg. Als ik tussendoor een grapje maak heeft ze bijna ook nog de intentie om dat op te schrijven maar dan stopt ze ineens en beseft ze dat ik een grapje maak. We lachen en ik zoek een cd op uit een van de verhuisdozen. Nee, het is nog steeds niet allemaal uitgepakt, maar het komt steeds meer. Ook de stof van Natuurkunde gaat snel. En nog geen half uur later liggen we samen op mijn kamer de rest van het huiswerk te maken. “Kom je morgen wel gewoon op school?” Vraag ik voorzichtig. Ik zie bij Colette langzaam een rode blos opkomen. Dit moest ik niet vragen denk ik bij mezelf. Stom stom stom! Maar tot mijn verbazing geeft ze antwoord. “Ja, dat is wel de bedoeling. Ik kon me vandaag gewoon niet zo goed concentreren en ik voelde me niet helemaal goed. Waarschijnlijk door de zenuwen.” Samen lachen we. “Dan verschuil je je morgen maar achter mij.” Ik had nooit gedacht dat ik deze opmerking zou maken. Vaak ben ik het meisje dat zich verschuilt, en dat ik nu de brede vrouw ben waarachter mensen zich verschuilen. Nee, het dringt nog niet zo goed tot mij door.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten