Ik heb mezelf binnengelaten. De deur zat op slot, maar achter het huis stond nog een raam open op de bovenverdieping. Waarschijnlijk heeft James dat gedaan als test. Ik zie hem als mijn meester, al zal ik dat nooit tegen hem zeggen. Als dat tegen hem gezegd wordt, krijgt hij een te groot ego wat tegen hem kan gaan werken. En ik wil hem daarvoor behoeden. Eten of drinken heb ik niet nodig om van te leven. Ik krijg mijn voedingsstoffen uit wat anders. Vloeiend bloed. In de kasten van James zie ik enkele bloedtabletten, en ik besluit om deze maar op te lossen. Ik houdt mezelf liever voor de gek dan dat ik weer op jacht moet. Ik moet toch maar eens gaan vragen waar hij deze tabletten vandaan heeft. Ik heb ook zulke tabletten nodig. Dan zal een schooldag minder vermoeiend zijn. Of de busreis in een overvolle bus vol warme zwetende mensen die net gesport hebben en waarvan het bloed nog sneller stroomt. Ik zou voor een langere tijd kunnen leven zonder bloed, maar dan moet ik mijzelf in gevaar brengen. Ik plof neer op de bank bij James en staar voor mij uit, uit het raam. Een paar tellen later komt James binnen. Hij kijkt mij uitdagend aan. Ik begroet hem lachend. Nog geen seconde later zit hij naast mij op de bank. Één van de voordelen van vampier zijn. Je bent echt megasnel. Een mens kan je niet zien als je op volle snelheid loopt. En het is zelfs zo dat je amper wind achter je aan hebt als je full-speed loopt. Een normaal mens zal je dan ook niet eens voelen. Allemaal voordelen aan het vampier zijn. Ik vraag James naar zijn dag, maar vooral naar zijn plek vandaag. Ik weet dat hij vaak op een publieke plek verstopt zit om veel vlees te keuren en zijn avondmaal uit te zoeken. Als hij antwoordt dat hij bij de supermarkt was schrik ik daarvan. Ik hoop diep van binnen dat hij niet op zat te letten toen dat mooie meisje naar buiten kwam, maar mijn hoop is tevergeefs. James begint te vertellen over zijn avontuur van vandaag. In haar ogen is te lezen dat ze me niet vertrouwd. En het lijkt er zelfs op dat ze mij niet eens aan ziet als een volwaardig mens maar een dier. “Dat ben je toch ook?” grap ik. Samen lachen we om deze grap, maar bij mij doet het diep van binnen nog steeds pijn. Al hoewel ik al vanaf mijn eerste levensjaar een vampier ben, voel ik me nog steeds niet zo. Ik heb dingen meegemaakt toen ik nog een mens was. En deze gedachten zijn nu sterker geworden omdat ik een vampier ben geworden. Nee, ik moet het anders zeggen. Ze hebben van mij een vampier gemaakt. Ze hebben van mij een monster gemaakt dat anderen moet doden. Een monster dat geen grenzen kent. Een monster dat ik niet wil zijn. Ik wil het liefst een gewoon mensenleven met de dood die daarop volgt. Het gevoel dat ik nu voor eeuwig leef kan ik me niet voorstellen. Ik zie iedereen oud worden en zelf blijf ik steeds jong. Ik heb mijn hoogtepunt bereikt. Veel ouder zal ik niet worden. De gedachten spoken door mijn hoofd, en maken dat ik niets meer hoor van datgene wat James allemaal tegen mij zegt.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten