donderdag 3 februari 2011
Colette
Ik had een tijdje voor me uitgestaard, door het raam. Maar toen ik weer naar Sharon keek kon ik zien dat er iets niet goed was. Ze zag er helemaal niet lekker uit. 'Sharon?' zei ik zacht. Ik pakte haar schouder vast, en op dat moment viel ze voorover. Ze was flauwgevallen. Ik raakte altijd in paniek als ik de verantwoordelijkheid kreeg over mensen die dingen hadden waarvan ik geen idee had hoe ik het op moest lossen. Ik had nooit een EHBO cursus gevolgd en ik wist ook helemaal niet hoe ik dit moest aanpakken. Koortsachtig probeerde ik Sharon weer overeind te krijgen, terwijl ik zeker wist dat dát eigenlijk niet de bedoeling zou moeten zijn. Ook was ik -al was ik daar niet zeker van- nogal hysterisch haar naam aan het roepen. Ik was echt heel slecht met zieke mensen, al was Sharon dan niet bepaald ziek. Het allerergste was nog dat iedereen in de bus naar ons keek. En deden ze wat? Nee. Ze zaten verstijfd te kijken hoe ik precies het tegenovergestelde aan het doen was van wat de bedoeling was. De bus schudde steeds heen en weer en ik raakte steeds meer in paniek. Ik begon zelfs te huilen. Toen kwam mijn reddende engel. Hij liep naar ons toe, eigenlijk moet ik zij zeggen want ze waren met z'n tweeën. De ene pakte mijn handen zachtjes vast en haalde ze van Sharon's schouders terwijl de ander haar optilde en haar in het gangpad van de bus legde, op de grond. Volgens mij had de buschauffeur eindelijk -God zij dank- doorgekregen dat er iets niet helemaal goed was want hij stopte de bus en begon naar achteren te lopen, naar ons. Ik huilde. Ik schudde er helemaal van. Waarom vergelijk ik het hiermee? Waarom vergeleek ik papa's.. Ik zag opeens alles weer voor me. Alles. het hele ongeluk speelde zich opnieuw af. Ik merkte hoe ik nog erger begon te huilen, tot op het punt dat ik wist dat ik niet meer kon stoppen. Ik voelde de stevige arm die zich om mijn schouders sloot niet eens. Ik hoorde de geruststellende woordjes niet. Ik zag niets meer in de bus. Ik zag alleen papa. En alleen het ongeluk. Ik was op dit moment hysterisch en ik wist niet wat ik eraan moest doen. Maar toen hoorde ik de stem in mijn oor wel. De sussende geluidjes. Ik voelde de arm om mijn schouder. Ik begon rustiger adem te halen, al stroomden de tranen nog wel over mijn wangen. Toen begon ik de contouren van de bus weer te zien. Van de mensen die me aanstaarden en vast dachten dat ik me enorm aan het aanstellen was. Ik zag weer scherper en zag Sharon op een stoel zitten met haar voeten in het gangpad. Ze had een glas water vast, waar ze dat vandaan had? Ik had ook geen idee. Een eindje van haar verwijderd stond een jongen met zwart haar en lichtblauwe ogen. Hij keek naar me. Ik keek naar hem. Het was de knappe jongen uit de bus van gister. Toen pas keek ik naast me. Naar de eigenaar van de arm, tenminste dat nam ik aan. Het is nogal logisch dat als er een arm om je heen is geslagen die meestal is van degene die naast je zit. Oké. Ik dwaalde weer eens af. Ik keek in zijn ogen. Ze waren een hele mooie zachte bruin kleur. Ze keken bezorgd naar me. Zijn mond bewoog en zij nog steeds sussende geluidjes. Hij had erg mooie donkerbruine krullen die perfect rond zijn gezicht vielen. Ik zag hem, en ik wist dat het de knapste man was die ik ooit had gezien.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten