maandag 14 februari 2011

Sharon

Ik voel me klote als ik weer thuis kom. Het is waarschijnlijk de nasleep van het flauwvallen en mijn avontuur in het ziekenhuis. Ik heb geen idee wat de gevolgen kunnen zijn en wat er uit het onderzoek kan komen, maar dat hoor ik ter zijner tijd wel. Mijn eerste zorg is opknappen zodat ik overmorgen hoop ik weer naar school kan. Morgen zal ik maar niet zeggen, want ik weet dat de deuropening dan door twee mensen versperd wordt. Maar zelf vind ik het ook niet erg. Het bed ligt echt heel fijn en ik val snel in slaap. Even later komt Colette bij mij op de kamer met wat thee en cakejes. Ik ontwaak langzaam uit mijn diepe slaap, maar als ik het lekkere eten zie ben ik gelijk goed wakker. Ik heb vandaag nog amper eten gehad, alleen bij het ontbijt heb ik een sneetje wit brood gehad en een kop thee. De rest van de dag zat ik in het ziekenhuis, en ten behoeve van het onderzoek was het beter dat ik niet ging eten. Anders konden ze niet alle onderzoeken bij mij uitvoeren en moest ik nog veel langer wachten. Ik ga op de rand van het bed zitten en klop naast me. Colette gaat ook zitten, en samen kletsen we nog lang. Het voelt goed om met Colette te praten. We kennen elkaar nog niet lang, maar er ligt geen drukkend iets tussen ons dat ons ervan weerhoudt niet met elkaar om te gaan. Heerlijk helder ben ik ook weer in het uitdrukken van dingen, maar ik weet gewoon even niets anders. Om half tien wordt ik toch echt wel weer heel moe en ik ga voorzichtig weer liggen. Als ik de verhalen van Colette van de volgende ochtend moet geloven lag ik binnen vijf minuten diep te slapen, en dan ook zodanig dat ik heel hard snurkte. Shit, denk ik bij mezelf. Nu weet ze iets van mij wat ik niet wil dat ze weet. Ik schaam mij zeer diep. Echt abnormaal hoeveel geluid ik 's nachts maak. Waarom dacht je dan ook dat ik amper jongens kan krijgen. Iedereen die dit van me weet, weet dat ze maar niet bij mij in de buurt moeten komen 's nachts, en wat is een relatie waard als je niet bijelkaar kunt zijn op alle momenten van de dag (en nacht). Ik dwaal af. Ik voel me nu weer even veel beter, maar ik weet dat ik nog niet helemaal ben. Als ik wakker ben, om negen uur, staat er al een ontbijtje naast mijn bed, met een briefje van Liv en Colette. Ze zorgen gelukkig goed voor mij. Liv is thuis aan het werken en Colette heeft het over dat ik ontzettend snurk (alsof ik dat nog niet wist). Ze zijn erg aardig voor me, en het voelt bijna alsof ik hier een veilige thuishaven heb. Beter, en veiliger als bij mij thuis. Maar ik moet niet zo denken, want mijn "ouders" hebben ook heel erg goed voor mij gezorgd.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten