donderdag 3 februari 2011

Sharon

Mijn wekker gaat. Ik pak mijn mobiel en kijk hoe laat het is. Ik wordt half verblind door het felle licht van het beeldscherm. Haf zeven. Ik probeer na te denken waar ik ook alweer was beland. In een groot huis, met nog een meisje en haar tante wie ik Liv moest noemen. Ik zoek tussen de verhuisdozen, naar de doos met mijn kleding en trek er een spijkerbroek uit, met een simpel basic t-shirt. Vandaag doe ik niet moeilijk. Ik borstel mijn haar en kneed er wat mousse in. Dit was het dan voor vandaag qua aandachts besteding aan het uiterlijk. Ik loop naar beneden en zie dat Liv al aan een gedekte tafel zit te eten. Ik groet haar en ga zitten. Ik heb van gisteren al snel genoeg geleerd dat ik gewoon maar moet doen wat ik denk dat goed is. Al het gevraag werkt alleen maar op iedereen hun zenuwen. Als ik mijn tas heb ingepakt, mijn schoolboeken zijn de enige dingen die niet in dozen lagen opgeslagen, loop ik nog door de keuken om mijn broodbakje er ook in te doen. Dan stapt ook Colette met een slaperig hoofd de keuken in. Ze heeft felle kleding aan, maar bij haar figuur staat het echt leuk. Ik kijk op mijn horloge. Als ik nog vijf minuten wacht dan kan ik samen met Colette naar de bus, en dan weet ik tenminste zeker dat ze vandaag niet weer skipt. Niet dat het mij heel erg uitmaakt, maar het geeft mij een goed gevoel als ik weet dat ze het toch aandurft. Want ik weet zelf ook wel dat het niet alleen maar ziek was. Maar ik ben nog niet achter die andere reden. De vijf minuten worden er zeven, en we rennen samen, ik op mijn pumps, naar de bushalte. Als we daar aankomen komt de bus ook net aangereden. Hijgend ploffen we op de achterbank van de bus neer. Dan beginnen we te lachen. Als het iedere dag zo gaat, dan gaat mijn conditie als een pijl omhoog. Ik schop eerst mijn pumps uit en ga wat relaxeter zitten. Naast mij zit eerst toch nog niemand, en als het druk wordt ga ik wel weer normaal zitten. ‘Daar zitten we dan. In de bus naar school, op naar onze tweede schooldag.’ Colette zucht instemmend. Als er bij de volgende halte een groepje jongens instapt denk ik ineens aan het avontuur van gisteren. Het zal toch niet dat die enge jongen bij mij op school zit. Ik heb nu Colette bij me, hij kan me niets doen. Ik zit niet meer lekker en ga toch weer rechtop zitten. Alle beelden van gisteren spoken weer door mijn hoofd. Ik wil dit niet, ik moet hier weg, ik heb het gevoel dat ik claustrofobisch wordt. Alles om mij heen begint te draaien en het wordt helemaal zwart voor mijn ogen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten