Het eerste uur en het tweede uur had ik de vakken engels en natuurkunde samen met James. Ik merkte aan hem dat hij niet lekker in zijn vel zit vandaag, maar ik vraag het hem vannacht wel. Na de pauze heb ik biologie. Ik weet dat James dat vak niet heeft en ik bereid mij voor op een les alleen zitten. Maar, als ik de klas binnenstap zie ik haar zitten. Het meisje van de bus, het meisje dat ik vanochtend heb getroost, en heb afgeleverd bij haar klas. Ze weet mijn naam nog niet eens, en ik weet de hare ook nog niet. Ik sjok richting haar tafel. ‘Is die plek naast jou nog vrij?’ vraag ik op een vriendelijke toon. Ze knikt, en zucht tegelijkertijd. Wil ze niet dat ik naast haar ga zitten? Of was die zucht ergens anders om. Soms zou ik echt willen dat ik gedachten kon lezen, dan was het meeste veel gemakkelijker geweest in het leven. We raken aan de praat, en ik voel dat ze zich een beetje ongemakkelijk voelt. Het liefst leg ik een hand op haar schouder om haar gerust te stellen, maar ik ben bang dat ze daar alleen maar meer van in de war raakt. Colette, de naam echoot door mijn hoofd. Ik krijg het er niet meer uit. Haar naam, haar manier van praten alles is zo mooi aan haar. Het liefst zou ik haar vanmiddag gelijk meenemen naar allerlei dingen. Ik wil haar veroveren, maar tegelijkertijd roep ik mezelf tot bedaren. Nee, ik moet niet dingen overhaasten. Dat is niet goed. Dat schrikt af, en dan wil ze misschien niets meer van mij weten. Ik moet voorzichtig zijn met wat ik doe. Maar één ding weet ik wel zeker, ik ga James hier eerst niet over vertellen. Dit zijn zaken die hem niet aangaan. Ik wil niet dat hij alles over mij weet, en tegelijkertijd ben ik erg bang dat hij van alles gaat proberen om het proces te versnellen terwijl ik dat niet wil. Dat kan alleen maar tegen mij gaan werken. Ik ga rustig aan doen. En het maakt mij helemaal niets dat we morgen of pas over een half jaar iets krijgen. Ik moet haar niet onder druk zetten. Ik weet van menig andere vrouwen dat ze dan afknappen op diegene die hen onder druk heeft gezet. En dat moet ik niet hebben. Ineens gaat de omroepstem aan. ‘Wil Colette Bardon zich melden bij de conciërge? Ik herhaal: wil Colette Bardon zich melden bij de conciërge?’ Ik kijk opzij. En zie hoe haar gezicht verbaasd, maar toch gespannen staat. ‘Zal ik met je mee gaan?’ Ze denkt na. Zo lijkt het tenminste. Dan knikt ze zachtjes. Ik help haar met het inpakken van haar tas. En we lopen dan samen het lokaal uit. Ik knikte nog even met mijn hoofd naar de lerares die met haar mond vol tanden staat. Als ik achter Colette aan loop de conciërgerie binnen zuchten beide conciërges ergerlijk. Ik leg ze met een blik het zwijgen op. Ik blijf bij de deur staan en kijk toe.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten