vrijdag 4 februari 2011

Wiliam

Ik ben gespannen voor de busrit naar school. Ik heb geen idee wat ik moet verwachten. Vooral omdat ik half vegetarisch probeer te worden. Ik heb al gedurende week geen mensenbloed meer gehad. En sinds vier dagen helemaal geen bloed gehad. Wat moet ik doen als ik straks helemaal los sla, en mensen begin aan te vallen omdat ik zo’n honger heb. Nee, honger is niet het goede woord. Want psychisch wil ik niet eten, of in mijn geval drinken, maar mijn lichaam snakt ernaar om bloed binnen te krijgen. James heeft mijn zorgen door en geeft mee een klop op mijn schouder. ‘Het gaat wel goed. En anders houd ik je wel tegen.’ Ik glimlach even, maar daarna wordt mijn gezicht weer neutraal. De bus is vroeg, en als de deuren open gaan ruik ik al de geur van zweet, adem, huid en bloed. Ik zoek een plekje op in het midden van de bus bij de tweede deur in de buurt. Zo kan ik altijd vluchten. Halverwege de rit voel ik dat de sfeer veranderd, en nog geen minuut daarna begint een meisje achterin de bus te roepen en te panikeren. Ik kijk eerst met een bezorgd gezicht James aan. Moet ik er naartoe gaan, en hen in gevaar brengen door erheen te gaan, of zal ik gewoon blijven zitten zoals eigenlijk iedereen doet. James geeft een kort knikje met zijn hoofd. Voor mij is dat een teken om uit de bank te stappen en naar achteren te lopen waar het probleem zich afspeelt, op de voet gevolgd door James. Ik heb eerst het meisje dat waarschijnlijk om voor mij nog onbekende redenen is flauwgevallen languit gelegd in het gangpad. Daarna ben ik naast het hysterische meisje gaan zitten. Ik heb een arm om haar heen geslagen en geruststellende woordjes gesust. Eindelijk kwam er voor in de bus ook actie. Een andere passagier heeft de buschauffeur tot stoppen gesmeekt en deze kwam gelijk hierna ook naar ons toe. Ik glimlachte even en knikte naar hem dat wij de zaak zo goed als onder controle hadden. Ik schoof samen met het meisje, twee plekken opzij zodat er ook nog ruimte was voor James en het andere meisje, en ook zaten we nu veel minder in het zicht. Eindelijk kalmeerde het meisje wat, maar ik liet haar niet los. Bang dat ze dan weer uiteen zou vallen in allerlei kleine stukjes. Ik ga door met het fluisteren van kalmerende woordjes. Eindelijk heb ik het gevoel dat ze nu echt binnendringen. Het voelt goed om haar vast te hebben. Ik weet niet wat het is, en eigenlijk ben ik bang voor dit gevoel. Ik ben bang dat het mis gaat, dat het uit gaat lopen op onmogelijke dingen. De bus stopt voor school. Ik loop met het meisje mee de bus uit, en het schoolplein over. Als ik haar naar het lokaal breng merk ik dat niemand op haar afspringt of op haar let. Als ik terug kom zie ik dat James nog met het andere meisje bij de conciërge zit. Zij is nu ook weer helemaal bij kennis, maar ze is zeker een paar minuten weggeweest. Ik stap ook de conciërgerie binnen. En ga erbij zitten. Ik wordt vreemd aangekeken door de conciërges, maar ze gaan niet tegen me in. Bang dat ze daarmee ook het tere meisje beschadigen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten