zaterdag 5 februari 2011

Colette

Ik had zweethanden. Ik veegde ze af aan mijn regenboogkleurige rokje. Wat wilde de conciërge van me? Wiliam liep naast me. Ik vond het fijn dat hij met me meeging. Ik durfde echt niet alleen. Ik durfde vandaag helemaal niks. Ik was zenuwachtig. Waar zou het over gaan? Was er iets met mama gebeurd? Of met Carice of Chris? Ik zou niet nog zoiets aankunnen. Niet vandaag. Mijn zusje Carice was negen en Chris was maar een jaar jonger als dat ik was. Hij was vijftien. En een enorme relschopper, dat zeker. Of zou er wat bekend zijn over Sharon? Zouden ze haar naar de dokter hebben gebracht? Of misschien zelfs naar het ziekenhuis? Ik vond dit echt doodeng. Toen waren we er. Wiliam deed de deur van de conciërgerie voor me open en ik stapte aarzelend naar binnen. De conciërges zuchtten even. Ik heb geen idee waarom. Ik keek even achterom naar Wiliam. Hij glimlachte me bemoedigend toe. Ik knikte. En keek weer naar de conciërges. 'Colette Barton?' vroeg de dikke man nogal overbodig. 'Oui.. Ik bedoel.. Ja.' Als ik zenuwachtig was viel ik altijd weer terug in Frans. Ik wist gewoon dat ik er echt heel erg bleek en ongezond uitzag. 'We hebben je geroepen omdat je tante heeft gebeld. Over je vriendin Sharon.' Was Sharon al mijn vriendin? Eigenlijk heb ik gister pas voor het eerst met haar gesproken.. Ach. Wat maakte het ook uit. Ik knikte even. 'We moesten je vertellen dat je je geen zorgen over haar moest maken en dat je tante naar het ziekenhuis toe is. Ze is er misschien niet als je vanmiddag thuis komt.' Ze de wat oudere man. Het ziekenhuis? Ze was dus echt naar het ziekenhuis? Ik slikte en knikte weer even. Ik bleef staan als een plank. 'Je kunt weer naar je les.' voegde de dikke man een beetje geërgerd toe. 'Colette, kom mee.' zei Wiliam. Hij pakte me zachtjes bij mijn arm en nam me mee naar buiten. Toen ik naar rechts keek zag ik opeens de andere jongen om het muurtjes staan. Hij had autosleutels in zijn hand. 'James, wat doe jij hier?' zei Wiliam nogal verbaasd. Oké. Hij heette dus James. 'Ik dacht dat we naar het ziekenhuis toe gingen.' zei de jongen die James heette. Had hij gehoord wat we binnen gezegd hadden? Ach, dat zou dan wel. Eigenlijk wilde ik heel graag naar het ziekenhuis toe. Ik wilde weten hoe het met Sharon was. En of ik haar kon helpen. Wiliam ging er even tegenin. 'Maar we moeten naar de les..' zei hij protesterend. 'Wie kan die les nou wat schelen. Colette wil graag naar het ziekenhuis, ja toch?' zei James. Hoe wist hij mijn naam? Ach het kon me ook niet schelen. Ik knikte eventjes. 'Ja. Maar wil je me daar echt naartoe brengen?' zei ik toen. 'Ja natuurlijk. Ik moet zelf toch nog wat regelen in het ziekenhuis. Kom maar mee.' zei hij en hij stak zijn arm naar me uit. Ik aarzelde niet en volgde hem. Ik keek even achterom naar Wiliam. Ik zag dat hij aarzelde maar toen hij merkte dat James anders met mij alleen zou gaan stond hij wel erg snel naast me. We liepen met z'n drieën de parkeerplaats op. Hoe had hij die auto hier gekregen? Hij was toch met de bus? Oké. Ook dat kon me niet zoveel schelen. We stapten in de auto. Ik stapte achterin en Wiliam voorin. James begon te rijden. 'Bedankt nog, van vanmorgen.' zei ik. 'Geen probleem.' zeiden de twee jongens voorin tegelijk.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten