maandag 14 februari 2011
Colette
Die avond was ik nogal verdwaasd. De hele avond. Ik verwonderde me er ontzettend over dat Chris gewoon dronken was geweest. Drónken. Chrís. Dit was echt niet normaal. Ik had de telefoon laten vallen en was door mijn benen gezakt. Ik was begonnen met huilen en Liv had me getroost. Ze had de hele avond bij me gezeten en we hadden samen tot na twaalven beneden gezeten, zonder iets te zeggen. Het was niet alleen het feit dat Chris was veranderd, of hoe ik het ook moest noemen. Het was het hele contact met thuis. Het huilen van Carice.. Chris' stem. Het was gewoon een kwelling voor me geweest. Ik was thuis langzaam maar zeker aan het loslaten, maar nu kwam het als een sloophamer terug. Toen het dertien minuten voor een was, ging ik naar boven. Ik liet me op mijn bed vallen, en huilde daar verder. Ik bleef huilen totdat het ochtend was en ik weer naar school moest. Mijn ogen waren rood en ik wist dat ik dat niet zou kunnen veranderen. Liv keek me even aan met een medelijdende blik en sloeg toen een arm om me heen. Ik drukte me even tegen haar aan. Ik wist dat ze me niet begreep. Niet echt tenminste. Ik begreep alleen mezelf. Niemand kon snappen hoe ik me nu voelde, ookal dachten ze zelf misschien dat ze dat wel deden. Ik at met moeite een broodje en Liv bood me aan om me naar school te brengen. Dat nam ik aan. Graag zelfs. Ik moest er niet aan denken om nu met al die zweterige mensen in een bus te zitten. We gingen naar school en ik bracht de rest van de dag in mijn eentje door. De zon scheen vandaag voor het eerst in tijden en ik ging buiten zitten, op het gras onder een boom. Toch nog in de schaduw. Toen kwam er een van de jongens van gister bij me zitten. De jongen met het zwarte haar en de blauwe ogen. James, heette hij. Het viel me op dat ze vandaag lichtblauw waren. Ik dacht toch echt dat ze gister nog donkerblauw waren geweest. Ik besteedde er niet veel aandacht aan. Hij zat bij me en zei niets. Ik vond het niet erg. Waarschijnlijk kon je nog steeds zien dat ik had gehuild. Ik vroeg me af waar Wiliam was. Waarom vroeg ik me dat eigenlijk af? Vond ik Wiliam aardiger dan James? Ik kende ze nog niet lang, ik kon ze nog niet echt aardig vinden. Maar ik vond James' aanwezigheid wel erg fijn. Ik zag er vast uit als een zombie. Dat wist ik wel zeker. Ik sleepte me op een of andere manier door de dag heen en ik was ontzettend blij toen ik Liv's oude blauwe pick-up truck weer zag staan toen de school was afgelopen. Ik kon weer naar huis, al twijfelde ik er nu meer dan ooit aan of ik het ooit thuis zou kunnen noemen.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten